3. Omtrek en oppervlakte (berekenen)

Wiskunde icoon
Wiskunde
VMBO-KBC. Meetkunde

Omtrek en oppervlakte van vlakke figuren berekenen - Wiskunde KB

Hoi! Als je je voorbereidt op je toets of eindexamen wiskunde, zijn omtrek en oppervlakte van vlakke figuren superbelangrijk. De omtrek is gewoon de totale lengte van de buitenkant van een figuur, terwijl de oppervlakte aangeeft hoe groot het vlakke oppervlak is, vaak in vierkante centimeters of meters. We kijken naar een paar veelvoorkomende figuren zoals de driehoek, het parallellogram, de rechthoek, het vierkant, de ruit en de cirkel. Voor elke figuur leg ik uit hoe je de omtrek en oppervlakte berekent, met simpele voorbeelden zodat je het meteen zelf kunt proberen.

De driehoek

Stel je een driehoek voor: dat is een figuur met precies drie zijden en drie hoeken. Wist je dat de hoeken van een driehoek altijd samen 180 graden maken? Handig om te onthouden voor andere meetkunde-onderwerpen. Voor de omtrek tel je simpelweg de lengtes van de drie zijden bij elkaar op. Heb je zijden van 5 cm, 6 cm en 7 cm? Dan is de omtrek 5 + 6 + 7 = 18 cm.

De oppervlakte bereken je met de formule 0,5 × basis × hoogte. Kies een van de zijden als basis en trek dan een rechte lijn loodrecht naar de tegenoverliggende hoek voor de hoogte. Bij een basis van 8 cm en een hoogte van 6 cm wordt dat 0,5 × 8 × 6 = 24 cm². Zo kun je het altijd toepassen, ook als de driehoek niet recht is.

Het parallellogram

Een parallellogram is een vierkant-achtige figuur, maar dan scheef: het heeft twee paren zijden die even lang en evenwijdig zijn. Tegenover elkaar liggende zijden zijn dus gelijk. De omtrek vind je weer door alle vier de zijden op te tellen. Neem een parallellogram met twee zijden van 4 cm en twee van 5 cm: omtrek is dan 4 + 4 + 5 + 5 = 18 cm.

Voor de oppervlakte gebruik je basis × hoogte. De hoogte meet je loodrecht op de basis, niet langs de schuine kant. Met een basis van 8 cm en hoogte van 6 cm kom je op 8 × 6 = 48 cm². Oefen dit met een tekening om te zien hoe de hoogte werkt, want dat komt vaak terug in opgaven.

De rechthoek

Een rechthoek herken je meteen: vier rechte hoeken van 90 graden elk, en over tegenover elkaar liggende zijden zijn even lang. De hoeken samen tellen op tot 360 graden. Omtrek? Tel alle zijden op, of slimmer: 2 × (lengte + breedte). Voor een rechthoek van 3 cm lang en 5 cm breed is dat 2 × (3 + 5) = 16 cm.

Oppervlakte is een eitje: lengte × breedte. Bij 3 cm en 5 cm dus 3 × 5 = 15 cm². Perfect voor snelle berekeningen op je examen.

Het vierkant

Een vierkant is eigenlijk een speciale rechthoek waarbij alle vier de zijden precies even lang zijn. Alles wat geldt voor de rechthoek, geldt hier ook, maar simpeler. Omtrek bereken je als 4 × zijdelengte. Bij een zijde van 6 cm is dat 4 × 6 = 24 cm.

Oppervlakte? zijde × zijde, oftewel 6 × 6 = 36 cm². Zo zie je dat een vierkant een rechthoek met gelijke zijden is, makkelijk te onthouden.

De ruit

Een ruit lijkt op een vierkant, maar dan gedraaid: alle vier de zijden zijn even lang, en tegenoverliggende hoeken zijn gelijk. De omtrek is dus 4 × zijdelengte, net als bij een vierkant. Met zijden van 5 cm elk wordt dat 20 cm.

Voor de oppervlakte gebruik je de diagonalen, die lijnen die de hoeken verbinden. De formule is (diagonaal 1 × diagonaal 2) ÷ 2. Stel, diagonaal 1 is 8 cm en diagonaal 2 is 6 cm, dan reken je 8 × 6 = 48, en deelt door 2: 24 cm². Meet altijd de volledige diagonalen voor het juiste antwoord.

De cirkel

Een cirkel is rond en speciaal: elk punt op de rand staat even ver van het middelpunt, die afstand heet de straal. De diameter is de breedte van de hele cirkel en gelijk aan 2 × straal. Omtrek bereken je met 2 × 3,14 × straal. Bij een straal van 4 cm: 2 × 3,14 × 4 ≈ 25,12 cm (rond af zoals nodig).

Oppervlakte gaat met 3,14 × straal × straal. Voor diezelfde 4 cm straal: 3,14 × 4 × 4 ≈ 50,24 cm². π is ongeveer 3,14, en dat gebruik je altijd in KB-opgaven. Probeer het met verschillende stralen om te oefenen!

Met deze formules kun je elke vlakke figuur aan op je toets. Teken ze zelf uit, reken voorbeelden na en pas ze toe op examenopgaven, dan zit het wel goed. Succes met leren!