12. Grafieken 3 - Meerdere grafieken

Wiskunde icoon
Wiskunde
VMBO-KBA. Algebraïsche vaardigheden

Lineaire verbanden herkennen en maken

Voor je wiskunde-examen op vmbo-kaderniveau is het superbelangrijk om lineaire verbanden te herkennen en te maken in drie verschillende vormen. Je komt ze tegen als woordformule, in een tabel of als grafiek. Het coole eraan is dat je als je één vorm snapt, je de andere twee ook makkelijk kunt maken. Heb je een woordformule? Dan vul je zelf een tabel en grafiek in. Krijg je alleen een grafiek? Dan haal je eruit wat de formule is en maak je een tabel erbij. Zo snap je het verband helemaal.

Laten we beginnen bij de woordformule van een lineair verband. Die ziet er altijd zo uit: de ene variabele equals beginwaarde plus of min een constant verschil keer de andere variabele. De variabele aan de linkerkant is wat je uitrekent, en die hangt af van wat je invult bij de variabele aan de rechterkant. De beginwaarde is simpelweg de startwaarde van die eerste variabele als je bij de tweede variabele nul invult. En het constante verschil vertelt je hoeveel de eerste variabele verandert als de tweede variabele met één omhoog of omlaag gaat.

Neem bijvoorbeeld een prijs die afhangt van het aantal uren: prijs = beginwaarde + constante verschil maal aantal uren. Als je nul uren invult, blijft alleen de beginwaarde over, omdat alles maal nul nul is. Dat is je startpunt. Het constante verschil bepaalt de helling: bij elke extra uur stijgt of daalt de prijs met dat vaste bedrag. Maak je geen zorgen, dit wordt helder met voorbeelden.

Een tabel vullen voor een lineair verband

Nu naar de tabelvorm. Stel, we pakken dat prijs-voorbeeld: prijs hangt af van aantal uren. Je begint met drie rijen in je tabel. Bovenaan zet je waarden voor aantal uren, bijvoorbeeld van 0 tot 5. Daaronder vul je de bijbehorende prijzen in. Onderaan noteer je de verschillen tussen die prijzen, zodat je ziet hoe het patroon loopt.

Hoe weet je dat het lineair is? Kijk naar de verschillen: als aantal uren steeds met één stijgt, moet de prijs telkens met hetzelfde bedrag veranderen, omhoog of omlaag. In ons voorbeeld: bij 0 uren is de prijs 3 euro. Bij 1 uur wordt het 5 euro, bij 2 uur 7 euro, en zo door. Elke stap omhoog in uren geeft precies 2 euro meer prijs. Dat constante verschil is dus 2. De beginwaarde vind je terug bij 0 uren: dat is 3.

Met die twee gegevens maak je de formule: prijs = 3 + 2 × aantal uren. Zo ga je van tabel terug naar woordformule. Oefen dit met examenvragen, dan zit het erin vast voor je toets.

De grafiek van een lineair verband tekenen

Voor een visueel plaatje teken je een grafiek. Eerst maak je een assenstelsel: horizontale as voor aantal uren (die ligt plat), van 0 tot 5 bijvoorbeeld. Verticale as voor prijs, omhoog van 0 tot say 13. Start bij het beginpunt: aantal uren 0, prijs 3. Zet een stip op (0,3).

Je hoeft niet voor élk punt de formule te checken, lineair betekent een rechte lijn met vaste stapjes. Het constante verschil van 2 zegt: per uur rechts (één stap) ga je twee stappen omhoog. Van (0,3) naar (1,5), dan (2,7), en ga zo maar door. Verbind de stippen met een liniaal en je hebt je lijn. Check met de tabel: alles klopt precies.

Soms krijg je een grafiek en moet je de formule eruit halen. Zoek de beginwaarde op x=0, en meet de helling door te kijken hoeveel y stijgt bij één x meer. Handig voor examenopgaven waar je meerdere grafieken vergelijkt.

Alles over lineaire verbanden op een rij

Kort samengevat: lineaire verbanden druk je uit in een woordformule met beginwaarde en constant verschil, in een tabel met vaste stapgroottes, of in een grafiek als rechte lijn. Herken ze door dat patroon van gelijke veranderingen. Oefen met deze vormen door ze naar elkaar om te zetten, en je rockt het examen. Succes met wiskunde A, algebraïsche vaardigheden!