13. Grafieken 4 - Snijpunt berekenen

Wiskunde icoon
Wiskunde
VMBO-KBA. Algebraïsche vaardigheden

Grafieken 4 - Snijpunt berekenen

Stel je voor: je hebt twee grafieken van lineaire verbanden voor je, en je wilt precies weten waar ze elkaar raken. Dat snijpunt berekenen is een vaardigheid die vaak terugkomt op je examen wiskunde KB. Het gaat om rechte lijnen die je herkent uit eerdere lessen, en je kunt het op verschillende manieren aanpakken: door te tekenen, met formules op te lossen of via een tabel. Zo word je snel handig en scoor je makkelijk punten. Laten we stap voor stap kijken hoe het werkt, met eenvoudige voorbeelden die je zelf kunt napraten.

Eerst even terug naar lineaire verbanden

Voordat we snijpunten gaan vinden, is het goed om te weten hoe zo'n lineair verband eruitziet. Een lineair verband druk je uit met een formule zoals afhankelijke variabele = beginwaarde + (constante verschil × onafhankelijke variabele). Neem bijvoorbeeld het verband tussen het aantal uren werken en de prijs die je betaalt: prijs = 3 + 2 × aantal uren. Hier is 3 de beginwaarde (de prijs als je 0 uur werkt) en 2 het constante verschil (elke extra uur kost 2 euro meer).

In een tabel zie je dat duidelijk: vul voor aantal uren 0, 1, 2, 3 in en reken de prijs uit. Je krijgt dan prijzen zoals 3, 5, 7, 9. De verschillen ertussen zijn altijd 2, dat bevestigt dat het lineair is. Beginwaarde vind je bij uren = 0, dus 3.

Op de grafiek wordt het een rechte lijn. Teken een assenstelsel met horizontale as voor aantal uren (van 0 tot 5) en verticale as voor prijs (van 0 tot 13). Start bij (0, 3), ga per uur 1 naar rechts en 2 omhoog, en verbind de stippen tot een rechte lijn. Zo zie je visueel hoe het verband loopt.

Snijpunt vinden tussen twee lineaire grafieken

Nu het leuke deel: twee zulke lijnen die elkaar kruisen. Neem een tweede verband, bijvoorbeeld bij een andere aanbieder: prijs2 = 10 + 1 × aantal uren. Hier start het hoger (10 euro bij 0 uur), maar stijgt het langzamer (maar 1 euro per uur). Waar is de prijs hetzelfde? Dat is het snijpunt.

Grafisch aflezen: snel en visueel

Teken beide lijnen in hetzelfde assenstelsel. Eerste lijn: start bij (0, 3), stijg met 2 per uur. Tweede lijn: start bij (0, 10), stijg met 1 per uur. Trek de lijnen door tot ze elkaar raken, dat gebeurt bij aantal uren = 7 en prijs = 17. Op het examen kun je dit schatten door stippen te zetten bij hele getallen en de kruising af te lezen. Handig als de getallen niet netjes uitkomen.

Algebraïsch oplossen: precies en examenproof

Dit is de betrouwbaarste manier voor exacte antwoorden. Zet de twee formules gelijk aan elkaar: 3 + 2 × aantal uren = 10 + 1 × aantal uren. Trek nu aantal uren van beide kanten af: 3 + aantal uren = 10. Trek 3 af: aantal uren = 7. Vul terug in de eerste formule: prijs = 3 + 2 × 7 = 17. Klaar! Het snijpunt is (7, 17). Oefen dit met variabelen zoals x voor de onafhankelijke waarde, zo herken je het meteen op je toets.

Met een tabel vergelijken: stap voor stap controleren

Maak een tabel voor beide verbanden naast elkaar. Vul aantal uren van 0 tot 10 in.

Aantal uren Prijs1 (3 + 2×u) Prijs2 (10 + 1×u)
0 3 10
1 5 11
... ... ...
7 17 17
8 19 18

Zoek waar de prijzen gelijk zijn: bij 7 uren. Perfect om te checken of je berekening klopt, en ideaal als je niet zeker bent van de formule.

Meerdere grafieken: wat als er meer dan twee zijn?

Op je examen kunnen drie lijnen voorkomen. Bereken dan eerst het snijpunt tussen lijn 1 en 2, en check met lijn 3. Of los het systeem op: zet alle formules gelijk en los stapsgewijs op. Voorbeeld: voeg een derde toe, prijs3 = 20, 0,5 × aantal uren (dalende lijn). Vind snijpunten paar voor paar, en zie of er een gemeenschappelijk punt is. Tekenen helpt om te overzien waar ze kruisen.

Tips voor je examen en oefenen

Herken altijd of het lineair is: rechte lijn, constante verschillen in tabel, vaste vorm in formule. Snijpunten liggen altijd op hele of breukgetallen in KB-vragen, dus reken precies uit. Oefen met eigen voorbeelden, zoals kosten van twee abonnementen of snelheden van auto's. Zo snap je het verband tussen grafiek, tabel en formule, en vind je elk snijpunt blindelings. Succes met je voorbereiding, je kunt het!