Economische kenmerken van Brazilië
Brazilië is een van de grootste economieën ter wereld en staat momenteel op de zevende plaats in de ranglijst van wereldeconomieën. Voor je examen aardrijkskunde is het slim om te snappen hoe de economie van dit land werkt, want dat komt vaak terug in vragen over ontwikkeling en ongelijkheid. We kijken naar de belangrijkste aspecten zoals het economische beleid door de jaren heen, het Bruto Binnenlands Product (BBP), de sectoren waarin het geld verdiend wordt, waar die activiteiten plaatsvinden, de handelsbalans en de situatie rond werk en werkloosheid. Het BBP geeft de totale waarde weer van alles wat in een land geproduceerd wordt in een jaar, oftewel de som van alle inkomens, bestedingen of toegevoegde waarden. Door het BBP per hoofd van de bevolking te vergelijken met voorgaande jaren, meet je de economische groei, die de procentuele verandering in het reële BBP aangeeft.
De ontwikkeling van het economische beleid in Brazilië
Het economische beleid in Brazilië heeft flink geschommeld door de tijd heen. In de jaren zestig hing men de theorie van importsubstitutie aan: maak zelf wat je nodig hebt, zodat je niet afhankelijk bent van import uit het buitenland. Dat moest de eigen industrie stimuleren, maar vroeg enorme investeringen. Rond de jaren negentig schakelde Brazilië over op liberalisering en vrijhandel, waardoor buitenlands kapitaal makkelijker binnenkwam en importsubstitutie werd losgelaten. In de eenentwintigste eeuw zorgde de stijgende vraag naar grondstoffen, buitenlandse investeringen en meer industrialisering voor een forse groei. Maar vanaf 2013 draaide de conjunctuur, de schommelingen in de productie door veranderingen in de effectieve vraag, om naar een laagconjunctuur, wat leidde tot een economische crisis rond 2014. Die hing samen met politieke problemen, zoals de afzetting van president Dilma Rousseff wegens corruptiebeschuldigingen. De crisis duurde tot 2016, waarna de economie weer aantrok. Verwacht wordt dat Brazilië straks op de vierde plek staat qua wereldeconomie.
Het Bruto Binnenlands Product en sociaaleconomische ongelijkheid
Om de economische groei te meten, kijk je naar het BBP en vergelijk je dat jaar op jaar. Brazilië heeft de laatste jaren een mooi groeiend BBP laten zien, al waren er dips tijdens crises. Het Bruto Nationaal Product (BNP) lijkt erop, maar meet de productie van goederen en diensten door de eigen inwoners, ook als dat abroad gebeurt. Een handig hulpmiddel om inkomensongelijkheid te zien, een groot probleem in Brazilië door sociaaleconomische ongelijkheid, oftewel ongewenste verschillen in welvaart en kansen tussen groepen, is de Lorenz-curve. Stel je een grafiek voor waar de rechte lijn dwars door het midden betekent dat iedereen evenveel krijgt: de armste 20 procent heeft 20 procent van het inkomen, de armste 40 procent 40 procent, enzovoort. In werkelijkheid buigt de curve naar rechts uit, bijvoorbeeld dat de armste 40 procent maar 10 procent van het totale inkomen heeft, terwijl de rijkste 20 procent de helft pakt. Vergelijk Brazilië met Zweden, waar de curve dichter bij de rechte lijn ligt en ongelijkheid klein is, of de VS met iets meer spreiding. In Brazilië is die ongelijkheid extreem groot, wat ontwikkelingskansen voor armen beperkt.
De economische sectoren en hun rol
Brazilië's economie draait op vier hoofsectoren: landbouw, mijnbouw, industrie en diensten. Landbouw en mijnbouw leveren veel exportgoederen, zoals koffie, suiker, sojabonen, rundvlees, ijzererts en kopererts. De industrie produceert onder meer vliegtuigen, auto's, textiel en schoenen, al is dat minder dominant in de export. De dienstensector is groot en omvat handel, toerisme, horeca, onderwijs, zorg en verzekeringen, alles zonder tastbare producten. Fossiele energiebronnen zoals aardolie spelen een rol in de mijnbouw, maar ook duurzame opties winnen terrein. Deze sectoren drijven de groei, vooral door export.
Waar gebeurt het meeste economische werk?
De meeste economische activiteit concentreert zich niet in het uitgestrekte binnenland, maar langs de kust en in de stedelijke driehoek tussen Rio de Janeiro, Belo Horizonte en São Paulo. São Paulo fungeert als de motor, met industrie, diensten en handel. Grote steden trekken banen en investeringen aan, terwijl het achterland minder ontwikkeld blijft.
De handelsbalans van Brazilië
De handelsbalans kijkt naar het verschil tussen export en import van goederen en diensten. Bij Brazilië is die positief: export is groter dan import, wat geld binnenbrengt voor investeringen. Exporttoppers zijn landbouwproducten zoals koffie, suiker, sinaasappels, sojabonen, granen, kip en rundvlees, gevolgd door mijnbouw zoals ijzer- en kopererts, en wat industrieel spul als vliegtuigen en auto's. Die goederen gaan vooral naar de EU, China, Argentinië en de VS. Import bestaat hoofdzakelijk uit industriële producten, wat minder uit landbouw en mijnbouw, en komt uit dezelfde landen. Dit overschot versterkt de economie.
Beroepsbevolking, werkloosheid en ongelijkheid
In Brazilië werkt een groot leger mensen in de beroepsbevolking, maar werkloosheid schommelt rond de 12,5 procent. Grootgrondbezitters beheersen de grondbezitsverhoudingen: zij hebben het merendeel van de landbouwgrond in handen, wat bijdraagt aan ongelijkheid. Rijken controleren land, industrie en handel, sturen hun kinderen naar topuniversiteiten en grijpen de beste kansen. Armen blijven achter. Daarnaast is er een flinke informele sector, een soort schaduweconomie met straatverkoop van eten, sigaretten, loten of kranten, prostitutie en zwart werk. Dat telt niet mee in officiële statistieken of het BBP, maar schattingen wijzen op een derde van de beroepsbevolking. Landgrabbing versterkt dit: buitenlandse en Braziliaanse bedrijven kopen enorme stukken land op voor grootschalige landbouw, vaak ten koste van kleingebruikers. NGO's proberen hierin verbetering te brengen door direct met lokale groepen te werken. Voor je examen: onthoud hoe deze factoren samenhangen met groei, crisis en ongelijkheid.