1. Oprichting Kwomintang en Chinese Communistische Partij

Geschiedenis icoon
Geschiedenis
VWOD. China 1842-2001

Oprichting van de Kwomintang en de Chinese Communistische Partij

Stel je voor: China aan het begin van de twintigste eeuw is een land in chaos. De eeuwenoude Qing-dynastie is net gevallen, en het land wordt verscheurd door warlords, die als krijgsheren met hun eigen legers hele provincies beheersen. Buitenlandse machten, vooral uit het Westen, hebben al decennia lang hun greep op China verstevigd, mede door de vernederende Opiumoorlogen tussen 1839 en 1860. In die oorlogen dwong Groot-Brittannië China om de invoer van opium toe te staan, wat leidde tot miljoenen verslaafden en enorme economische schade. Verdragen die daarop volgden, gaven buitenlanders extraterritoriale rechten en openbaarden havens. Deze imperialistische invloeden wekten een golf van nationalisme op, een politieke ideologie die de liefde voor het eigen land en volk centraal stelt en streeft naar nationale zelfstandigheid. Tegen deze achtergrond ontstonden twee cruciale partijen die de moderne Chinese geschiedenis zouden vormgeven: de Kwomintang en de Chinese Communistische Partij. Laten we stap voor stap bekijken hoe dat gebeurde, want dit is essentieel voor je begrip van de burgeroorlog en de opkomst van de Volksrepubliek China.

Van keizerrijk naar republiek: de geboorte van de Kwomintang

Alles begon met de val van de Qing-dynastie in 1911. Jaren van corruptie, opstanden zoals de Bokseropstand rond 1900, een nationalistische beweging die zich fel verzette tegen westerse invloeden en missionarissen, en groeiende onvrede onder intellectuelen en het leger leidden tot revolutie. Sun Yat-sen, een charismatische dokter en revolutionair, speelde een sleutelrol. Hij richtte in 1912 de Kwomintang op, oftewel de Nationalistische Partij, met als doel een moderne republiek te stichten. De Kwomintang combineerde nationalisme met westerse ideeën over democratie en eenheid. Sun Yat-sen werd zelfs even president van de nieuwe Republiek China, en de Kwomintang won de eerste parlementaire verkiezingen. Maar al snel viel het land uiteen in gebieden onder controle van warlords, die onafhankelijk opereerden en de centrale regering in Beijing negeerden.

Sun Yat-sen probeerde met zijn 'Drie Principes van het Volk', nationalisme, democratie en volksbelang (een soort socialisme light), het land te verenigen. Hij zocht steun bij buitenlandse machten, zelfs bij de Sovjet-Unie, om zijn leger te versterken. Na Suns dood in 1925 nam Chiang Kai-shek het roer over. Chiang was een militair strateeg die met ijzeren vuist de warlords versloeg tijdens de Noordelijke Expeditie in de jaren '20. Onder zijn leiding werd de Kwomintang de dominante kracht in China, met Nanjing als hoofdstad. Maar Chiangs nationalisme was conservatief: hij richtte zich op orde en modernisering, maar liet vaak toe dat grootgrondbezitters en handelaren profiteerden, wat de armen niet hielp. Dit creëerde spanningen die later zouden exploderen.

De 4 Mei Beweging: katalysator voor verandering

Een keerpunt kwam op 4 mei 1919 met de 4 Mei Beweging. Dit was een massaal protest van studenten in Peking, aangewakkerd door het Verdrag van Versailles. Na de Eerste Wereldoorlog hoopte China dat de geallieerden de Duitse concessies in Shandong, een deel van China dat Duitsland bezette, zouden teruggeven. In plaats daarvan ging Shandong naar Japan, een van de geallieerden. Dit voelde als verraad en een nieuwe klap van westers imperialisme. Duizenden studenten marcheerden de straten op, boycotten Japanse goederen en eisten hervormingen.

De beweging was meer dan een anti-imperialistisch protest. Ze keerde zich af van traditionele confucianistische waarden en omarmde westerse ideeën over gelijkheid, wetenschap en nationalisme. Intellectuelen riepen op tot 'Mr. Science' en 'Mr. Democracy'. Dit leidde tot de Nieuwe Cultuurbeweging, waarin radicale denkers zoals Chen Duxiu en Li Dazhao marxistische geschriften vertaalden. Communisme, een ideologie die streeft naar een klasseloze samenleving waarin productiemiddelen gemeenschappelijk bezit zijn, en socialisme, met zijn focus op gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en solidariteit, kregen voet aan de grond. Jongeren zagen hierin een weg om China te redden van chaos en uitbuiting.

Oprichting van de Chinese Communistische Partij

Uit de 4 Mei Beweging groeide direct de Chinese Communistische Partij (CCP), opgericht in 1921 in Shanghai. Mao Zedong, toen nog een jonge bibliothecaris, was een van de oprichters en zou later de iconische leider worden. De CCP trok arbeiders en boeren aan, die leden onder de armoede en de macht van warlords en grootgrondbezitters. Anders dan de Kwomintang, die zich richtte op de steden en de elite, zag de CCP potentie in de enorme boerenmassa's op het platteland.

In het begin werkten de twee partijen samen in een Verenigde Front, gesteund door de Sovjet-Unie. Chiang Kai-shek leidde gezamenlijke campagnes tegen warlords. Maar in 1927 keerde het tij. Chiang, bang voor communistische invloed, startte de Witte Terreur en richtte het bloedbad van Shanghai aan, waarbij duizenden communisten werden vermoord. De CCP dook onder, Mao ontwikkelde zijn guerilla-tactieken in de bergen, en zo begon de lange burgeroorlog die tot 1949 zou duren.

Waarom dit alles belangrijk is voor je examen

Begrijp de chronologie: Opiumoorlogen en Bokseropstand bouwen spanning op, 1911 valt de dynastie, Kwomintang ontstaat als nationalistische kracht, 4 Mei 1919 triggert communisme, CCP in 1921. Oorzaken-gevolgen: Imperialisme voedt nationalisme, Versailles-frustratie leidt tot radicalisering. Vergelijk Kwomintang (Chiang: conservatief, stedelijk, anti-communistisch) met CCP (Mao: revolutionair, boerenbasis, socialistisch). Vragen op het examen kunnen gaan over verschillen in ideologie, rol van Sun Yat-sen of impact van 4 Mei. Denk na: hoe verschilt Chinees nationalisme van Europees? Het combineert anti-imperialisme met westerse inspiratie. Oefen met tijdlijnen en causaliteit, en je hebt dit hoofdstuk onder de knie voor je toets over China 1842-2001.