3. Intro balans en btw

Bedrijfseconomie icoon
Bedrijfseconomie
VWOE. Financieel beleid

Introductie tot de balans en btw in bedrijfseconomie

Stel je voor: je runt een eigen bedrijfje en wilt op een rijtje zetten hoe het financieel gaat. De balans is daarvoor je beste vriend, een soort financiële selfie die laat zien wat je bedrijf bezit en hoe dat allemaal betaald is. Deze balans heeft altijd twee kanten: de debetzijde links en de creditzijde rechts. Ze moeten perfect in evenwicht zijn, want wat links stijgt, moet rechts ook stijgen (of andersom dalen). Op de debetzijde staan alle bezittingen, oftewel de activa: denk aan geld op de bank, voorraden of bedrijfspanden. De creditzijde toont de passiva, dus hoe die bezittingen gefinancierd zijn, via eigen vermogen of leningen.

Veranderingen houd je in balans door te schuiven. Koop je bijvoorbeeld een nieuwe laptop voor je bedrijf met geld van de bank? Dan stijgt de post 'bedrijfsmiddelen' op de debetzijde, maar dalen je liquide middelen (het geld op de rekening) met precies hetzelfde bedrag. Beide staan links, dus rechts verandert niks, balans gehandhaafd.

Begin- en eindbalans: momentopnames van je financiën

De balans is een momentopname, een foto van je bedrijf op een specifiek tijdstip. De beginbalans (of openingsbalans) laat zien hoe het er op 1 januari uitziet, met alle bezittingen en financiering. Aan het eind van het jaar, op 31 december, maak je de eindbalans: weer een foto van dat moment.

Zo'n momentopname heet een voorraadgrootheid. Het gaat om de stand van zaken op één punt in de tijd, zoals je voorraad op een bepaalde dag. Tussen twee voorraadgrootheden zit de stroomgrootheid: de verandering ertussen. Neem je voorraad: op 1 januari €50.000 en op 31 december €150.000. De voorraadgrootheden zijn €50.000 en €150.000, en de stroomgrootheid over het jaar is €100.000 toename. Handig om te zien hoe je bedrijf gegroeid is!

Liquide middelen: je snelle cash

Liquide middelen zijn al je gemakkelijk beschikbare geld: contant in de kas plus saldo op de bankrekening. Ze staan op de debetzijde als bezitting. Door begin- en eindbalans te vergelijken, zie je de ontwikkeling. Had je bedrijf op 1 januari €80.000 liquide middelen en eind december €120.000? Dan is de toename €40.000, een stroomgrootheid die aangeeft hoe je cashpositie verbeterd is.

Eigen vermogen: wat de eigenaren overhielden

Eigen vermogen is het geld dat de eigenaren claimen op het bedrijf, wat overblijft na aftrek van schulden. Het begint met wat ze zelf ingelegd hebben, groeit bij winst en krimpt bij dividenduitkering of verlies. Staat het in de min? Dan heb je negatief eigen vermogen, vaak door aanhoudende verliezen. Je vindt het op de creditzijde, want het financiert de bezittingen. Samen met vreemd vermogen (leningen) maakt het de passiva compleet. Eigen vermogen = inleg + winsten - verliezen - uitkeringen.

Privé-ontvangsten en -uitgaven: hoe privé en bedrijf mengen

Soms mengt privé met bedrijf. Stort een eigenaar €20.000 van zijn privérekening voor een nieuwe bestelbus? Dan stijgen bedrijfsmiddelen op de debetzijde met €20.000, en eigen vermogen op de creditzijde met hetzelfde bedrag, een privé-uitgave die het bedrijf versterkt. Omgekeerd: trek je €1.500 aan oude computers uit het bedrijf voor privédoeleinden? Dan dalen inventaris (debet) en eigen vermogen (credit) met €1.500. Altijd balans!

Debiteuren en crediteuren: openstaande rekeningen

Klanten die nog moeten betalen? Dat zijn debiteuren, een bezit, dus debetzijde. Verkoop je voor €1.000 op factuur? Debiteuren stijgen met €1.000 (debet), en winst stijgt op creditzijde voor balans. Betaalt de klant? Debiteuren dalen, liquide middelen stijgen, allebei debet, dus oké.

Crediteuren zijn leveranciers aan wie je nog moet betalen, een schuld, creditzijde. Koop je een auto voor €10.000 op rekening? Bedrijfsmiddelen stijgen (debet €10.000), crediteuren stijgen (credit €10.000). Betaal je later? Crediteuren dalen (credit), liquide middelen dalen (debet).

Vooruitbetaalde en vooruitontvangen bedragen

Betaal je huur vooruit, zoals €15.000 voor drie maanden (€5.000 per maand)? Op 31 januari is €10.000 nog vooruitbetaald, een vordering op de verhuurder, dus vooruitbetaalde bedragen op debetzijde stijgen, liquide middelen dalen. Ontvang je vooruitbetaling van een klant? Liquide middelen stijgen (debet), vooruitontvangen bedragen stijgen (credit), jij schuldig aan prestatie.

Btw: hoe het werkt op je balans

Btw (belasting toegevoegde waarde) zit op bijna alles: 21%, 9% of 0%. Als bedrijf koop je exclusief btw en declareer je het terug. Koop je voor €100 excl. (totaal €121 met 21% btw)? Je schiet €21 voor, maar krijgt het terug van de Belastingdienst. Verkoop je boeken voor €100 excl. (+9% = €109)? Je heft €9 btw en draagt die af.

Per kwartaal reken je af: betaalde btw min ontvangen btw. Meer betaald? Tegoed bij Belastingdienst (btw-vordering, debet; liquide middelen lager). Meer ontvangen? Schuld aan Belastingdienst (btw-schuld, credit; liquide middelen hoger). Zo balanceert het altijd, tot de aangifte.