2. Kostenberekening btw

Bedrijfseconomie icoon
Bedrijfseconomie
VWOE. Financieel beleid

Kostenberekening btw in bedrijfseconomie (VWO)

In bedrijfseconomie kom je vaak prijzen tegen die exclusief of inclusief btw zijn, en het is cruciaal om die correct te kunnen berekenen voor je examen. Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde en is een belasting die je betaalt over de prijs van een product of dienst. Het standaardtarief ligt op 21 procent en dat zie je het vaakst terug, bijvoorbeeld bij machines of kantoorspullen. Er bestaat ook een lager tarief van 9 procent voor zaken als etenswaren, en in zeldzame gevallen zelfs 0 procent btw, maar voor de voorbeelden hier houden we het bij dat veelvoorkomende 21 procent-tarief. Zo kun je de belangrijkste rekenregels meteen goed in de vingers krijgen.

Btw vorderen en afdragen als ondernemer

Als ondernemer heb je te maken met twee kanten van btw: je kunt het vorderen, wat betekent dat je het terugvraagt bij de Belastingdienst, en je moet het afdragen, oftewel teruggeven aan de Belastingdienst. Neem nou een inkoop van goederen voor je bedrijf ter waarde van 1000 euro exclusief btw. Daarbovenop betaal je 21 procent btw, dus 210 euro. Die 210 euro kun je later terugvorderen omdat het een zakelijke uitgave is. Bij een verkoopfactuur reken je die btw juist door aan je klant, ontvangt het geld en draag je het vervolgens af aan de Belastingdienst. Stel dat je in een maand 500 euro btw hebt betaald op inkopen en 2000 euro btw hebt ontvangen op verkopen. Dan trek je die 500 euro af van de 2000 euro, en hoef je netto maar 1500 euro af te dragen. Zo zie je hoe vorderen en afdragen elkaar mooi opheffen in de praktijk.

Van exclusief naar inclusief btw berekenen

Prijzen exclusief btw vormen altijd de basis van 100 procent, en met 21 procent btw erbij kom je op een totaal van 121 procent voor de prijs inclusief btw. Dat maakt de berekening heel overzichtelijk. Stel je koopt een nieuwe machine voor je bedrijf en een leverancier biedt hem aan voor 800 euro exclusief btw. Om de prijs inclusief btw te vinden, vermenigvuldig je dat bedrag gewoon met 1,21. Dat geeft 800 keer 1,21 equals 968 euro inclusief btw. Je kunt het ook zien als het exclusieve deel van 100 procent (800 euro) plus het btw-deel van 21 procent (168 euro), wat samen inderdaad 968 euro oplevert. Zo splitst de prijs zich netjes op in het nettobedrag en de belasting.

Van inclusief naar exclusief btw en het btw-bedrag apart uitrekenen

Vaak krijg je een prijs inclusief btw en wil je weten wat er zonder zit, bijvoorbeeld om kosten te vergelijken. Neem een machine die 1000 euro inclusief btw kost. Omdat dat 121 procent is, deel je het bedrag door 1,21 om bij de 100 procent exclusief btw uit te komen: 1000 gedeeld door 1,21 is ongeveer 826,45 euro. Wil je alleen het btw-bedrag weten? Dan bereken je eerst dat exclusieve bedrag van 826,45 euro en vermenigvuldigt het met 0,21, wat 173,55 euro oplevert. Of in één stap: 1000 gedeeld door 1,21 keer 0,21. Beide methodes geven hetzelfde resultaat. Om te controleren of je berekening klopt, tel je de exclusief prijs (826,45 euro) plus de btw (173,55 euro) op, dat moet exact 1000 euro zijn. Zo voorkom je fouten op je toets.

De kernregels voor btw-berekeningen samengevat

Kort samengevat: ga je van een prijs exclusief btw naar inclusief, dan vermenigvuldig je met 1,21. Andersom deel je de inclusief prijs door 1,21 voor het exclusieve bedrag. En voor puur het btw-bedrag neem je het exclusieve bedrag keer 0,21. Deze regels gelden altijd voor het 21 procent-tarief, en met een beetje oefenen vlieg je erdoorheen tijdens je examen bedrijfseconomie. Probeer de voorbeelden zelf na te rekenen met een rekenmachine, dan zit het gegarandeerd goed.