Financiering en vermogensmarkt in bedrijfseconomie
Stel je voor: je wilt een eigen eenmanszaak starten, misschien een webshop met coole gadgets of een koffietentje in je buurt. Voordat je begint, moet je goed nadenken over het geld dat je nodig hebt. Dat begint allemaal met een solide begroting, een overzicht van alle verwachte kosten en opbrengsten over een bepaalde periode. In die begroting reken je je plannen helemaal door, zodat je ziet waar risico's zitten en wat realistisch is. Zo ontdek je bijvoorbeeld dat je eerst moet investeren in spullen zoals computers of inrichting, lang voordat er omzet binnenkomt. Op basis hiervan stel je prioriteiten en bepaal je hoeveel geld je precies nodig hebt.
Eigen vermogen als startpunt
Vaak heb je al wat spaargeld bij elkaar gespaard, en dat gooi je erin als je eigen vermogen. Dat is simpelweg het geld dat jij zelf in je bedrijf stopt, en het toont aan hoeveel risico je persoonlijk neemt. Maar meestal is dat niet genoeg voor alles, dus kijk je naar externe opties. Financiers, zoals banken, willen altijd zien dat je zelf al iets hebt ingebracht, dat maakt je plan geloofwaardiger.
Externe financiering regelen
Met een sterke begroting kun je aantonen hoeveel externe financiering je nodig hebt, oftewel geld van buitenaf. Banken of andere geldverstrekkers vragen een meerjarige begroting om te checken of je lening kunt terugbetalen. Ze willen precies weten waaraan je het geld uitgeeft. Voor een startende ondernemer is het slim om eigen vermogen te mixen met geleend geld, zodat je niet alles op één paard zet.
De onderhandse vermogensmarkt
De hele wereld van vraag en aanbod van geld voor bedrijven heet de vermogensmarkt, en die valt uiteen in de onderhandse en openbare variant. Laten we beginnen met de onderhandse vermogensmarkt, waar deals direct tussen partijen worden afgesloten. Je kunt bijvoorbeeld geld lenen bij familie of vrienden, maar meestal klop je aan bij een bank. Er zijn meer vermogensverschaffers: personen of bedrijven die kapitaal beschikbaar stellen, zoals via leningen of aandelen. Bij een lening wordt dat vreemd vermogen, de schulden die je bedrijf aangaat en waarover je rente moet betalen. Voor een eenmanszaak is dat de enige optie qua externe financiering, want je kunt geen aandelen uitgeven, jij bent de enige eigenaar.
Vreemd vermogen heeft voordelen: de rente is relatief laag, je blijft volledig baas over je bedrijf, en die rente kun je zelfs aftrekken van je belastingen, wat scheelt in de portemonnee. Maar er kleven ook nadelen aan, zoals de vaste verplichting om rente en aflossing te betalen, waardoor je liquide middelen, het geld op de rekening, minder flexibel inzet voor dagelijkse zaken. Financiers stellen soms eisen, zoals voorrang op betaling, en ze houden je schulden vaak onder een maximum om risico's te beperken.
Bij een onderhandse lening praat je rechtstreeks met één kredietgever als kredietnemer, zonder tussenpersonen. Denk aan een familie-lening of een bankdeal. Over rentepercentage en looptijd onderhandel je zelf, en de kosten om af te sluiten zijn laag. Het lastige is dat zo'n lening niet makkelijk te verhandelen is, je kunt hem niet zomaar doorverkopen aan iemand anders.
Voor rechtspersonen zoals een BV kun je op deze markt ook aandelen uitgeven. Investeerders kopen dan aandelen, eigendomsbewijzen die recht geven op een deel van de winst. Dat geld komt in het eigen vermogen als aandelenkapitaal, en de koper wordt aandeelhouder met inspraak. Zulke investeerders vind je bij durfkapitalisten, fondsen die gokken op snelgroeiende starters met kennis en netwerk. Of probeer crowdfunding op equity-basis, waarbij heel veel mensen een klein bedrag inleggen voor toekomstig dividend en waardestijging van aandelen.
Eigen vermogen aantrekken klinkt ideaal omdat je naast cash vaak expertise en contacten meekrijgt, zonder rente- of aflossingsdruk. Je solvabiliteit verbetert erdoor, dat is de verhouding eigen vermogen tot totaal vermogen, waardoor banken later makkelijker leningen geven. Maar je deelt eigendom, dus mede-eigenaren bemoeien zich met beslissingen. Het is duurder door hoge rendementseisen via dividend, en je moet je bedrijf eerst laten waarderen voor een eerlijke prijs.
De openbare vermogensmarkt
Grotere bedrijven stappen over naar de openbare vermogensmarkt, maar alleen een Naamloze Vennootschap (NV) kan dat. Bij een NV staan aandelen niet op naam en zijn ze vrij verhandelbaar, bijvoorbeeld via de beurs. Hier lenen of investeren honderden of duizenden mensen tegelijk, vaak voor miljoenen. Geen direct contact, maar via beurzen of investeringsbanken. Voor eigen vermogen kopen ze aandelen die ze later kunnen doorverkopen.
Ook vreemd vermogen speelt hier een rol, vooral via obligaties. Bedrijven of overheden geven obligatieleningen uit met een vaste looptijd van vijf tot dertig jaar. Iedereen krijgt dezelfde voorwaarden, geen onderhandelen, maar je kunt de obligatie wel verhandelen op de markt. Vaak verkoopt de houder hem vroegtijdig door, in tegenstelling tot onderhandse leningen. Zo haal je grote sommen op zonder persoonlijke druk, maar met strakke regels.
Met deze kennis kun je perfect zien hoe bedrijven hun investeringen financieren. Oefen met begrotingen maken en voor- en nadelen afwegen, want dat komt vast terug op je toets of examen. Succes met leren!