4. DuPont schema

Bedrijfseconomie icoon
Bedrijfseconomie
VWOF. Verslaggeving

DuPont-schema in bedrijfseconomie: zo snap je de rentabiliteit van je vermogen

Stel je voor: je wilt weten hoe goed een bedrijf presteert met het geld dat erin zit. De rentabiliteit van het totaal vermogen (RTV) geeft je dat inzicht, en dat bereken je normaal door de EBIT te delen door het totaal vermogen. Maar met het DuPont-schema ga je een stap verder. Dit schema breekt die formule op in twee delen, zodat je precies ziet waar die rentabiliteit vandaan komt. Superhandig voor je examen bedrijfseconomie op VWO-niveau, want zo kun je veranderingen in de cijfers perfect analyseren.

Hoe werkt het DuPont-schema?

De basisformule voor RTV is EBIT gedeeld door totaal vermogen. In het DuPont-schema schrijven we dat om als RTV = (EBIT / omzet) × (omzet / totaal vermogen). Door met omzet te vermenigvuldigen en te delen, verandert de uitkomst niet, maar krijg je wel twee aparte stukken die elk iets belangrijks zeggen over het bedrijf. Het eerste deel heet de resultaatmarge, en het tweede de omloopsnelheid. Samen vormen ze een duidelijk schema dat je vaak ziet in examenvragen.

De resultaatmarge uitgelegd

De resultaatmarge is EBIT gedeeld door de omzet. Dit getal vertelt je hoeveel procent van elke euro omzet overblijft als winst vóór rente en belastingen. Neem nou een bedrijf met 100 miljoen euro omzet en 10 miljoen euro EBIT: de resultaatmarge is dan 10%. Dat betekent dat van elke 100 euro omzet 10 euro winst oplevert. Hoe hoger dit percentage, hoe efficiënter het bedrijf kosten beheerst en omzet in winst omzet. Als de EBIT stijgt terwijl de omzet gelijk blijft, schiet deze marge omhoog en daarmee de hele RTV.

Omloopsnelheid: hoe snel draait je vermogen?

De omloopsnelheid bereken je door de omzet te delen door het totaal vermogen. Dit laat zien hoe vaak het geïnvesteerde vermogen per jaar 'omloopt' of wordt gebruikt om omzet te maken. Stel, een bedrijf heeft 50 miljoen euro totaal vermogen en draait 200 miljoen euro omzet: de omloopsnelheid is dan 4. Dat wil zeggen dat het vermogen vier keer per jaar volledig wordt ingezet voor verkopen. Een hoge omloopsnelheid betekent dat het bedrijf slim omgaat met zijn middelen, zonder te veel vast te laten zitten.

Waarom is het DuPont-schema zo nuttig op het examen?

Met dit schema snap je de dynamiek achter de cijfers. Het helpt je om te zien hoe verschillende factoren elkaar beïnvloeden. Bijvoorbeeld: als het totaal vermogen stijgt terwijl omzet en EBIT gelijk blijven, daalt de omloopsnelheid en dus de RTV. Of neem een hogere EBIT: de resultaatmarge gaat omhoog, wat de rentabiliteit een boost geeft.

Stel je voor dat de omzet plots 20% stijgt, maar EBIT blijft hangen omdat kosten ook meegroeien. Dan daalt de resultaatmarge een beetje, maar stijgt de omloopsnelheid evenredig, en valt het netto effect op RTV weg. In de praktijk veranderen vaak meerdere dingen tegelijk, zoals bij een investering in nieuwe machines die omzet boost maar vermogen verhoogt. Door het DuPont-schema kun je stap voor stap uitleggen wat er gebeurt: 'De omloopsnelheid daalt door het hogere vermogen, maar als de omzet harder groeit, compenseert de hogere omloopsnelheid dat deels.' Zo scoor je punten bij analysevragen.

Probeer het zelf uit met voorbeeldcijfers uit je boek: vul ze in het schema in en tweak een getal om te zien wat er verandert. Dat maakt het niet alleen toetsbaar, maar ook leuk om te snappen hoe bedrijven echt werken. Met deze tool heb je de rentabiliteit helemaal door, succes met je voorbereiding!