Aandelenkapitaal in bedrijfseconomie: de basis voor je VWO-examen
Stel je voor: een bedrijf wil groeien en heeft extra geld nodig. Een slimme manier om dat te regelen, is door aandelen uit te geven. In dit hoofdstuk duiken we diep in het aandelenkapitaal van een naamloze vennootschap (NV), want dat zie je vaak terug op de balans en in examenopgaven. We kijken hoe dit kapitaal precies tot stand komt, hoe je de onderdelen berekent en wat begrippen als beurskoers en intrinsieke waarde betekenen. Zo snap je niet alleen de theorie, maar kun je het ook meteen toepassen in een voorbeeld.
Aandelen: je stukje eigendom in een bedrijf
Een aandeel is niets meer of minder dan een soort eigendomsbewijs. Het geeft je recht op een deel van het eigen vermogen van de onderneming en op een stukje van de winst die het bedrijf maakt. Bedrijven zoals een BV of NV gebruiken aandelen om financiering aan te trekken voor dagelijkse activiteiten of nieuwe investeringen. In een BV staan de aandelen op naam van de aandeelhouders en kun je ze niet zomaar doorverkopen; ze moeten eerst naar de andere aandeelhouders. Bij een NV ligt dat anders: de aandelen zijn vrij verhandelbaar, vaak via de beurs. Voor dit onderwerp richten we ons op de NV, omdat daar het aandelenkapitaal het meest interessant wordt op de balans.
De opbouw van het aandelenkapitaal op de balans
Het aandelenkapitaal vind je aan de creditkant van de balans, onder het eigen vermogen in de passiva. Het laat zien hoeveel geld de NV heeft opgehaald (of kan ophalen) door aandelen uit te geven. Dit kapitaal bestaat uit drie belangrijke stukken die naadloos in elkaar overlopen. Het grootste geheel is het maatschappelijk aandelenkapitaal, ook wel maatschappelijk aandelenvermogen genoemd. Dat is het maximale bedrag dat de NV mag ophalen door aandelen te plaatsen, zoals vastgelegd in de statuten. Neem bijvoorbeeld een NV met statuten voor maximaal 1 miljoen aandelen van elk €10 nominaal: dat maakt €10 miljoen aan maatschappelijk aandelenkapitaal. De nominale waarde is simpelweg het oorspronkelijke bedrag per aandeel waartegen de NV ze heeft uitgegeven.
Binnen dat maatschappelijk aandelenkapitaal onderscheid je de aandelen in portefeuille en het geplaatste aandelenkapitaal. Aandelen in portefeuille zijn de nog niet uitgegeven aandelen, met hun nominale waarde, die de NV zelf nog in handen heeft. Als het bedrijf geld nodig heeft voor een investering en niet genoeg cash heeft, geeft het deze aandelen uit aan investeerders en ontvangt contant geld. Omgekeerd kan een NV met te veel liquide middelen aandelen terugkopen van aandeelhouders; die belanden dan weer in de portefeuille, wat de waarde van het geplaatste kapitaal opkrikt.
Het geplaatste aandelenkapitaal, of geplaatste aandelenvermogen, is de nominale waarde van de aandelen die daadwerkelijk zijn verkocht aan aandeelhouders. Dat is het deel van het maatschappelijk kapitaal dat niet meer in eigen portefeuille zit. Alle aandeelhouders samen vormen zo de eigenaren van de NV. De eerste keer dat een NV aandelen uitgeeft, heet dat een Initial Public Offering, of IPO. Later kan het bedrijf nog meer aandelen emitteren, oftewel uitgeven, vanuit de portefeuille. De prijs bij uitgifte heet de emissiekoers.
Hoe geef je aandelen uit? De manieren van plaatsen
Een NV kan aandelen op verschillende prijzen emitteren, afhankelijk van de markt. Als aandelen a pari worden geplaatst, verkoop je ze tegen de nominale waarde, bijvoorbeeld €10 per stuk. Dat is de basisprijs uit de statuten. Vaak gaan ze echter boven pari de deur uit, voor meer dan die €10, zeg €15. Het verschil daartussen is de agio, en de opgebouwde reserves hieruit vormen de agioreserve. Onder pari, dus lager dan nominaal, mag alleen in uitzonderlijke gevallen: als de NV dringend kapitaal nodig heeft maar de aandelen niet a pari of hoger kan plaatsen. Dan draagt het ze over aan een bank tegen minstens 94% van de nominale waarde, zoals €9,40 per aandeel.
Beurskoers, intrinsieke waarde en goodwill: wat maakt een aandeel waardevol?
Zodra aandelen op de beurs staan, verandert de prijs. Een aandeelhouder die ze voor €15 kocht, wil ze later doorverkopen tegen een hogere beurskoers, de actuele marktprijs op de effectenbeurs die elk moment kan schommelen. Aan de andere kant van de deal staat een koper die de aandelen opkoopt in de hoop dat de koers nog stijgt. Die koper duikt vaak in de balans om de intrinsieke waarde per aandeel te checken. Dat is de echte waarde van het bedrijf per geplaatste aandeel, gebaseerd op het eigen vermogen.
Om het eigen vermogen (EV) te berekenen, trek je het vreemd vermogen af van de totale bezittingen, oftewel de activa. Stel: activa totaal €280.000, vreemd vermogen €180.000, dan is EV = €100.000. De intrinsieke waarde per aandeel deelt dat EV, bestaande uit geplaatste aandelenkapitaal plus reserves plus resultaat (winst), door het aantal geplaatste aandelen. De formule is dus: intrinsieke waarde per aandeel = (geplaatst aandelenkapitaal + reserves + resultaat) / aantal geplaatste aandelen.
Vaak ligt de beurskoers hoger dan deze intrinsieke waarde. Dat verschil heet goodwill en drukt de verwachting uit van toekomstige winsten. Mensen betalen een premie omdat ze geloven in groeipotentieel. Op de balans vind je goodwill aan de debetkant, bij de activa, als onzichtbare meerwaarde van de onderneming.
Met deze kennis kun je examenopgaven oplossen, zoals het berekenen van agio uit een emissiekoers of het eigen vermogen uit een balans. Oefen met voorbeelden en je hebt het aandelenkapitaal perfect onder de knie voor je toets!