8. Veranderingen in politieke en economische globalisering

Aardrijkskunde icoon
Aardrijkskunde
VWOA. Wereld

Samenvatting aardrijkskunde VWO: Veranderingen in politieke en economische globalisering

Globalisering verandert constant van vorm, zowel politiek als economisch. In deze samenvatting duiken we in de belangrijkste verschuivingen door de tijd heen. We beginnen bij de periode tot 1970, met de opkomst van Europa als wereldmacht, en gaan dan door naar de ontwikkelingen daarna. Zo snap je precies hoe de machtsverhoudingen op aarde zijn geëvolueerd en wat dat betekent voor de toekomst. Dit komt regelmatig terug in je toetsen en eindexamen, dus onthoud de kernbegrippen goed.

Veranderingen in globalisering tot 1970

Voor 1492 bevonden de echte machtscentra zich vooral in het Midden-Oosten en China, maar dat draaide helemaal om toen Europese ontdekkingsreizigers zoals Columbus Amerika bereikten. Het mondiale machtscentrum verschoof naar West-Europa, en daarmee begon een proces van europeanisering. Dat betekent dat Europese normen, gewoontes, technieken en cultuur werden verspreid naar verre, niet-Europese gebieden. Denk aan hoe talen, religies en handelssystemen overal terechtkwamen.

Europa groeide uit tot een dominante speler, en verschillende landen namen beurtelings de leidende rol over als hegemoniale staat. Een hegemoniale staat domineert op meerdere terreinen tegelijk: economisch, cultureel en militair. Eerst waren Portugal en Spanje aan zet, gevolgd door de Nederlanden en later het Britse Rijk. Na de Tweede Wereldoorlog nam de Verenigde Staten die positie over, wat leidde tot amerikanisering. De grote boosdoener, of liever gezegd, drijvende kracht, hierachter was de vooruitgang in de zeevaart. Dankzij betere schepen en navigatie ontdekten Europeanen nieuwe werelden, wat de basis legde voor expansie.

Die expansie ging gepaard met imperialisme, het verlangen van een land om macht uit te oefenen buiten zijn eigen grenzen door andere gebieden te veroveren. Ontdekte territoria werden niet zomaar bezocht, maar ingenomen en bestuurd. Om dat te doen vestigden de Europeanen zich ter plekke, wat kolonialisme heet: het bezetten en uitbuiten van overzeese gebieden door een deel van de bevolking van de overheerser erheen te sturen. Nederland had bijvoorbeeld koloniën zoals Suriname en de Nederlandse Antillen, waar niet alleen macht maar ook taal en geloof werden doorgedrukt. Dit alles stimuleerde de handel enorm, omdat koloniale rijken veel groter waren dan de thuislanden alleen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam hier een abrupt einde aan door de dekolonisatie: koloniën werden onafhankelijk en de Europese landen moesten hun grip lossen. Dit proces verlegde de mondiale verhoudingen voorgoed en legde de basis voor de hedendaagse centrum-periferie structuur, waarbij rijke kernlanden profiteren van armere randgebieden.

Veranderingen in globalisering na 1970

De koloniale erfenis creëerde een wereld vol centrum-, semiperiferie- en periferielanden. Vroeger exporteerden de semiperiferie- en periferielanden vooral grondstoffen, terwijl productie in de centra bleef. Na 1970 draaide dat om: landen als China en Vietnam begonnen fabrieken op te zetten en maakten niet langer alleen ruwe materialen, maar voltooide producten. Dit zijn de nieuwe industrielanden, en het verplaatsen van die productie uit ontwikkelde westerse gebieden naar plekken met lagere lonen heet uitschuiving.

Door deze uitschuiving groeiden deze landen razendsnel. Rond 2000 bundelden enkele van hen hun krachten als BRICS-landen: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika. Deze opkomende reuzen vormden zelfs een politieke organisatie, een vorm van blokvorming waarbij landen samenwerken voor gedeelde belangen, net als de EU dat doet. China spant hier de kroon: het is geen nieuw industrieland meer, maar een supermacht. Soms wordt gesproken van BRICSMIT, met Mexico, Indonesië en Turkije erbij, om de bredere groep opkomende economieën te benadrukken.

Globalisering in een stroomversnelling na 1980

Sinds 1980 raast globalisering harder dan ooit, vooral door drie factoren die naadloos in elkaar grijpen. Internationale handelsgrenzen vervaagden, waardoor het makkelijker werd om goederen en diensten over grenzen te verplaatsen. Multinationale ondernemingen bouwden een wereldwijd economisch netwerk op, en snelle vooruitgang in communicatie en technologie maakte alles nog efficiënter. Dit leidde tot een global shift: de voortdurende verplaatsing van politieke en economische zwaartepunten over de aarde.

Momenteel ligt dat zwaartepunt rond de Noord-Atlantische Oceaan, met de VS en Europa voorop. Maar de toekomst wijst naar de Pacific Rim, de landen en steden rond de Grote Oceaan, met China als koploper. Deze global shift heeft enorme gevolgen. Economisch gezien domineert nu nog de triade, de VS, de EU en Japan, met de meeste handels- en investeringsstromen ertussen en erbinnen. Door de shift naar de Pacific Rim winnen opkomende landen terrein, en zij gaan steeds meer onderling handelen en investeren: dat zijn de zuid-zuid handel en zuid-zuid investeringen. Multinationals uit het Zuiden spelen mee, wat leidt tot een multipolaire wereld. Geen dominante eenpole meer, maar meerdere machtscentra van gelijk kaliber.

Politiek gezien verschuift niet alleen de economie, maar ook het militaire en politieke gewicht naar Azië. Landen daar, vooral China, claimen een grotere stem in mondiale beslissingen. Dit maakt geopolitiek crucialer: de invloed van geografie op politieke macht, zoals Chinese investeringen in Afrika of de trek van techbedrijven naar Azië.

Kritiek op globalisering: de anders-globalisten

Toch is niet iedereen even blij met deze globalisering. Ze brengt welvaart voor velen, maar ongelijkheid voor anderen, met milieuvervuiling en uitbuiting als bijeffecten. De anders-globalisten vormen een beweging die zich keert tegen de liberalisering van de wereldhandel. Ze vinden dat dit proces ontwikkelingslanden in een zwakke positie duwt en pleiten voor eerlijkere regels. Deze kritiek helpt je begrijpen waarom globalisering niet alleen vooruitgang, maar ook spanningen veroorzaakt, perfect voor examenvragen over voor- en nadelen.

Met deze uitleg heb je alles paraat voor je toets over veranderingen in politieke en economische globalisering. Oefen de begrippen door ze in zinnen te plaatsen en koppel ze aan voorbeelden zoals de BRICS of de triade. Succes!