3. Rekenmachine en wetenschappelijke notatie

Wiskunde icoon
Wiskunde
VMBO-TLC. Rekenen, meten en schatten

Wetenschappelijke notatie en slim rekenmachinegebruik in wiskunde

Goed nieuws voor je eindexamen wiskunde: met wetenschappelijke notatie en een goede beheersing van je rekenmachine bespaar je tijd en fouten bij grote of lastige berekeningen. Dit hoofdstuk uit rekenen, meten en schatten helpt je precies daarbij. Je leert hoe je enorme getallen compact noteert en hoe je je rekenmachine inzet voor alles van breuken tot trigonometrie. Oefen dit goed, en je vliegt door de sommen op het examen.

Wetenschappelijke notatie: grote getallen simpeler maken

Stel je voor: je krijgt een getal als 5.600.000 voor je kiezen. Dat is 5,6 miljoen, maar schrijven met al die nullen is onhandig. Wetenschappelijke notatie lost dat op door het getal te herschrijven als een getal tussen 1 en 10, vermenigvuldigd met een macht van 10. Zo wordt 5.600.000 gelijk aan 5,6 × 10⁶. Je verschuift de komma zes plekken naar rechts om terug bij het origineel te komen, dat is de 6 in de macht.

Neem nou 4.800. Dat herschrijf je eerst naar 4,8, want dat ligt tussen 1 en 10. De komma moet drie plekken naar rechts voor je weer op 4.800 zit, dus schrijf je 4,8 × 10³. Simpel toch? Dit werkt perfect voor berekeningen met extreem grote getallen, zoals afstanden in de ruimte of aantallen atomen.

Ook voor piepkleine getallen

Wetenschappelijke notatie is niet alleen voor reuzengetallen; hij redt je ook bij superkleine waarden, zoals 0,00582. Maak er weer een getal tussen 1 en 10 van: 5,82. De komma moet nu drie plekken naar links schuiven om bij 0,00582 uit te komen, dus de macht wordt negatief: 5,82 × 10⁻³. Het minteken voor de macht geeft aan dat je deelt door 10, net zo vaak als het getal hoog is. Zo noteer je decimalen met veel nullen achter de komma supersnel en zonder vergissingen.

Je rekenmachine als examenwapen

Een rekenmachine is je beste vriend tijdens het wiskunde-examen, maar gebruik hem slim: reken eenvoudige dingen eerst uit je hoofd om tijd te winnen. Denk na of die ingewikkelde knop echt nodig is. Laten we stap voor stap kijken hoe je standaarddingen en geavanceerdere sommen aanpakt.

Begin met de basisberekeningen. Om twee getallen op te tellen tik je het eerste in, drukt op +, voert het tweede in en dan =. Aftrekken doe je met –, vermenigvuldigen met × en delen met :. Let op bij negatieve getallen: gebruik de speciale (-) toets ervoor, zoals (-)8 voor –8. De gewone, toets is alleen voor aftrekken, anders raakt je rekenmachine in de war.

Breuken, machten en wortels instellen

Breuken voer je in via de a/b-toets, superhandig voor iets als 5/6. Tik 5, druk a/b, dan 6, en je hebt de breuk klaar voor berekeningen. Een breuk is gewoon een deling die je niet helemaal uitwerkt: de teller boven en noemer onder.

Voor machten, oftewel een getal met zichzelf vermenigvuldigd, gebruik je de xʸ-toets. Bij 3 tot de macht 2 (dat is 3 × 3 = 9) tik je 3, dan xʸ, dan 2 en =. Machten maken formules kort en krachtig, zoals 2³ voor 8.

Wortels zijn het omgekeerde van kwadraten: je zoekt welk getal met zichzelf vermenigvuldigd het startgetal geeft, met het symbool √. Druk eerst 2ndF (voor oranje functies), dan x², daar verschijnt het wortelteken. Voor √81 tik je 2ndF, x², 81 en =, en je krijgt 9.

Sinus, cosinus en tangens berekenen

Trigonometrie op de rekenmachine? Geen probleem. Elke functie heeft zijn eigen knop: sin voor sinus, cos voor cosinus en tan voor tangens. Voer de hoek in graden in, druk de knop en =. Wil je de inverse, zoals sin⁻¹, dan tik je eerst 2ndF en daarna sin. Hetzelfde voor cos⁻¹ en tan⁻¹. Zorg dat je rekenmachine op gradenmodus staat, dat vind je meestal in de setup.

Met deze trucs ben je klaar voor elke wiskundesom op het examen. Oefen met echte voorbeelden uit oude proefexamens, en je merkt hoe veel makkelijker het gaat. Succes!