9. Mesomere grensstructuren

Scheikunde icoon
Scheikunde
VWOA. Kennis van stoffen en materialen

Mesomere grensstructuren in scheikunde VWO

Mesomere grensstructuren zijn een slim hulpmiddel om moleculen te begrijpen die je niet zomaar met één Lewisstructuur kunt vastleggen. Bij sommige moleculen kun je de elektronenverdeling op verschillende manieren tekenen met Lewisstructuren, zonder dat je de octetregel overtreedt. Elke tekening, of grensstructuur, laat zien hoe de elektronen zich kunnen verdelen, met wisselende enkele, dubbele of drievoudige bindingen. In werkelijkheid is het molecuul een soort gemiddelde van al die structuren, waardoor de bindingen vaak gelijkmatig zijn uitgesmeerd.

Mesomerie versus isomerie

Een cruciaal verschil zit in de atomen zelf: bij mesomere grensstructuren blijven alle atomen precies op hun plek, en verschuiven alleen de elektronen, wat de bindingen verandert. Als de atomen wel van positie wisselen of anders verbinden, heb je te maken met isomerie, moleculen met dezelfde formule maar een andere atoomopbouw. Voor je examen is dit een valkuil: controleer altijd of de kernstructuur van atomen hetzelfde blijft. Alleen elektronenverschuivingen leiden tot mesomerie.

Voorbeelden van mesomere grensstructuren

Benzeen is het klassieke voorbeeld dat je zeker moet kennen. Dit molecuul bestaat uit een ring van zes koolstofatomen, elk met een waterstofatoom eraan. In de eenvoudige Lewisstructuren zie je afwisselend dubbele en enkele bindingen in de ring. Maar experimenten tonen aan dat alle C-C-bindingen in benzeen even lang en even sterk zijn, niet kort en sterk zoals dubbele bindingen, en niet lang en zwak zoals enkele. Dat kan alleen als de dubbele bindingen zijn uitgesmeerd over de hele ring, een soort 1,5-binding per paar atomen. We tekenen daarom twee grensstructuren met de dubbele bindingen die heen en weer 'springen', verbonden door een dubbele pijl. Soms gebruiken we een cirkel in de ring om aan te geven dat het een mengvorm is, zonder onderscheid tussen bindingen. Zo snap je waarom benzeen zo stabiel is.

Neem nu het carbonaation, CO₃²⁻. Hier zit een koolstofatoom verbonden met drie zuurstofatomen. In de grensstructuren heeft steeds één C-O-binding een dubbele binding, terwijl de andere twee enkelvoudig zijn met een negatieve lading op een zuurstof. Maar in de realiteit draaien de elektronen rond: een vrij elektronenpaar op een zuurstof wordt een dubbele binding, terwijl een andere zuurstof dat overneemt. Omdat er drie zuurstofatomen zijn, krijg je drie mogelijke structuren. Het ion is dus een hybride, met de dubbele binding gelijk verdeeld. Onthoud: dit verklaart waarom alle C-O-bindingen even lang zijn.

Een ander mooi geval is het acetaation, CH₃COO⁻, dat ontstaat als azijnzuur een proton afstaat. De Lewisstructuur toont een methylgroep (CH₃) verbonden met een carbonyl (C=O) en een OH-groep die nu O⁻ is. Het linkerzuurstof bij het carbonyl heeft een formele lading van -1. In de tweede grensstructuur verschuift het dubbele elektronenpaar naar het andere zuurstof, waardoor de bindingen omdraaien en de lading meekomt. Weer twee structuren met een dubbele pijl ertussen. In de praktijk is de lading en de bindingsterkte gedeeld, wat het ion extra stabiel maakt.

Hoe meer mesomere grensstructuren een molecuul of ion heeft, hoe stabieler het is. De elektronen kunnen zich makkelijker verspreiden, waardoor het minder reageert. Dit zie je terug in reactiesnelheden en stabiliteit van verbindingen, perfect voor examenvragen over reactiviteit. Oefen met het tekenen van deze structuren voor moleculen als benzeen, CO₃²⁻ en CH₃COO⁻, en je hebt dit onderwerp onder de knie.