1. Chemische bindingen

Scheikunde icoon
Scheikunde
VWOA. Kennis van stoffen en materialen

Chemische bindingen: Lewis-structuurformules en formele lading (VWO scheikunde)

In scheikunde VWO kom je bij chemische bindingen vaak structuurformules en Lewis-structuren tegen, vooral voor het eindexamen. Deze bindingen, zoals covalente bindingen waarbij atomen elektronenparen delen, zijn cruciaal om moleculen te begrijpen. Een atoom bestaat uit een atoomkern met protonen (positief geladen) en neutronen (neutraal), omringd door een elektronenwolk met negatief geladen elektronen. De kernlading is gelijk aan het aantal protonen, oftewel het atoomnummer, en bij een neutraal atoom compenseert de elektronenwolklading dit precies. Atomen vormen bindingen om stabiel te worden, net als edelgassen. Laten we dit stap voor stap doornemen, zodat je het perfect kunt toepassen op toetsen.

Valentie-elektronen en de octetregel

Elk atoom heeft elektronen in schillen rond de kern: de binnenste K-schil past maximaal 2 elektronen, de L-schil 8 en de M-schil tot 18. De elektronen in de buitenste schil noemen we valentie-elektronen; die vind je in het periodiek systeem, bijvoorbeeld 1 bij waterstof, 4 bij koolstof, 5 bij stikstof en 6 bij zuurstof of zwavel. Atomen willen allemaal een edelgasconfiguratie bereiken, met een volle buitenste schil zoals helium of neon. Voor waterstof betekent dat 2 elektronen, de duetregel. Voor alle andere elementen streven ze naar 8 elektronen, de octetregel. Ze delen daarom elektronen via covalente bindingen om dit te halen, waarbij een streepje in de formule een gedeeld elektronenpaar staat.

Stel je een neutraal atoom voor: de positieve kernlading trekt de negatieve elektronen aan. Wordt een atoom een ion door elektronenwinst of -verlies, dan ontstaat een geladen deeltje. Maar bij moleculen, groepen atomen met constante samenstelling, delen ze elektronen. Een streepje is dus twee elektronen: één van elk atoom. Voor de octetregel tellen gedeelde elektronen mee, maar bij valentie-elektronen alleen de 'eigen' kant van de binding.

Voorbeelden van structuurformules en Lewis-structuren

Beginnen we met ammoniak, NH₃. In de structuurformule staat stikstof centraal met drie waterstoffen eromheen, verbonden door streepjes: N met drie H's. Elk waterstofatoom heeft één valentie-elektron en deelt er één, waardoor het duet bereikt met twee elektronen rondom. Perfect. Bij stikstof tellen de drie streepuiteinden drie valentie-elektronen, maar stikstof heeft er vijf, dus dat klopt nog niet. Hier komt de Lewis-structuur om de hoek: voeg een lone pair (twee niet-gedeelde elektronen, als stippen of streepje) bovenop de N toe. Nu: vijf valentie-elektronen (drie uiteinden plus twee eigen) en acht elektronen totaal (vier paren, inclusief gedeelde). Octet voldaan!

Neem nu ethanol, C₂H₆O, ethaan met een -OH-groep. De koolstofatomen hebben elk vier bindingen: vier valentie-elektronen en acht rondom. Waterstoffen zitten goed met hun duet. Het zuurstofatoom in de -OH toont twee streepuiteinden (naar C en H), dus twee valentie-elektronen zichtbaar, maar het heeft er zes. Teken twee lone pairs bij het O: nu zes eigen en twee gedeelde paren, octet oké.

Bij koolstofdisulfide, CS₂, start je met S-C-S. Zwavel heeft zes valentie-elektronen, dus enkele bindingen geven oneven tellen, niet goed. Dubbele bindingen aan beide kanten: S=C=S. Elk zwavelatoom heeft nu twee streepuiteinden (van de dubbele bindingen) plus twee lone pairs: zes valentie-elektronen en octet. Koolstof: vier van de twee dubbele bindingen, octet gehaald.

Azijnzuur, CH₃COOH, heeft een methylgroep (CH₃-) en een zuurgroep (-COOH). De CH₃-koolstof en waterstoffen kloppen direct. In -COOH: de centrale C bindt aan drie atomen, waaronder een dubbelgebonden O. Dat onderste O krijgt een dubbele binding plus twee lone pairs: zes valentie en octet. Het andere O (met -H) heeft twee enkele bindingen, dus voeg twee lone pairs toe: eveneens zes en octet. Alles in balans.

Formele lading berekenen

Soms lukt het niet om alles perfect neutraal te maken zonder ladingen. Neem koolstofmonoxide, CO. Beste structuur: C≡O met een lone pair op elk. Octet klopt voor beiden (vier paren). Maar controleer formele lading: dat is valentie-elektronen min (eigen niet-bindende elektronen plus helft van bindende elektronen). Koolstof: 4 - (2 + 3) = -1. Zuurstof: 6 - (2 + 3) = +1. Dus :C≡O: met ladingen ⁻C≡O⁺. Totaal neutraal molecuul.

Bij het cyanide-ion, CN⁻, lijkt het erop: C≡N met lone pair op elk. Koolstof: weer 4 - (2 + 3) = -1 formele lading. Stikstof: 5 - (2 + 3) = 0. Totaal -1, passend bij het ion. Deze ladingen wijzen op polarisatie: ongelijke elektronenverdeling door verschillende elektronegativiteit, leidend tot een dipoolmoment.

Zo zie je dat Lewis-structuren atomen tonen als ionen binnen moleculen, met gedeelde paren voor covalente bindingen. Oefen deze voorbeelden voor het examen, ze komen vaak terug, net als zwakkere Van der Waals-krachten tussen moleculen, die afhangen van molecuulgrootte. Begrijp je dit, dan snap je bindingen in ionenverbindingen en meer!