11. Oefenopgave: speciale weerstand

Natuurkunde icoon
Natuurkunde
VWOC. Lading en veld

Speciale weerstand in natuurkunde VWO: focus op de LDR

Stel je voor dat je een schakeling bouwt waarbij de weerstand verandert afhankelijk van het licht in de kamer. Dat klinkt futuristisch, maar het is precies wat een LDR doet. In dit hoofdstuk uit Lading en veld duiken we in de wereld van speciale weerstanden, met de Light Dependent Resistor (LDR) als ster van de show. Dit is superhandig voor je examen, want zulke componenten komen vaak voor in opgaven over schakelingen en metingen. We lopen alles stap voor stap door, zodat je precies snapt hoe het werkt en hoe je het berekent.

Wat is een weerstand en hoe meet je die?

Weerstand is die eigenschap van materialen die de stroom een beetje tegenhoudt, alsof het een verkeersdrempel is voor elektronen. In een standaard ohmse weerstand blijft die weerstand constant, ongeacht de spanning of stroomsterkte. Dat zie je terug in de wet van Ohm: als je de spanning verdubbelt, verdubbelt de stroomsterkte ook, en de verhouding U/I blijft gelijk aan R, de weerstand. Maar bij speciale weerstanden zoals de LDR is dat anders. Daar hangt R af van externe factoren, in dit geval de hoeveelheid licht.

Een LDR, of lichtafhankelijke weerstand, wordt minder weerstand gevend als er meer licht op valt. In het donker heeft hij een hoge weerstand, zeg duizenden ohms, maar bij fel licht daalt dat naar een paar honderd ohms. De verlichtingssterkte, gemeten in lux (Lx), bepaalt dat: hoe hoger de lux, hoe lager de weerstand. Perfect voor sensoren in automatische verlichting of camera's.

Om spanning te meten in zo'n schakeling gebruik je een voltmeter, ook wel spanningsmeter genoemd. Die meet de potentiaalverschil in volt (V). Spanning zelf is de energie per ladingseenheid, dus U = E/Q, waarbij E de energie in joule is en Q de lading in coulomb. Eén volt is één joule per coulomb. Sluit de voltmeter parallel aan op het onderdeel dat je wilt meten, want hij heeft een hele hoge weerstand, zodat hij de schakeling niet beïnvloedt.

Schakelingen met LDR: serieschakeling uitgelegd

Vaak zit een LDR in een serieschakeling met een andere weerstand, aangesloten op een spanningsbron zoals een batterij. Een spanningsbron levert een constante spanning, ongeacht de stroom die loopt. In serie is de stroomsterkte I overal gelijk, maar de totale spanning Utotaal wordt verdeeld over de onderdelen: Utotaal = U1 + U2 +.... De deelspanning over elke weerstand is recht evenredig met zijn R-waarde. Dus als R1 twee keer zo groot is als R2, krijgt R1 twee keer zoveel spanning.

De vervangingsweerstand Rverv voor de hele serie is gewoon de som: Rverv = R1 + R2 +.... Stromend door de wet van Ohm: I = Utotaal / Rverv. Stel je een LDR in serie met een vaste weerstand van 1 kΩ, aangesloten op 10 V. In het donker heeft de LDR 10 kΩ, dus Rverv = 11 kΩ en I = 10 / 11000 ≈ 0,91 mA. De spanning over de LDR is dan U_LDR = I * R_LDR ≈ 9,1 V. Bij fel licht daalt R_LDR naar 500 Ω, Rverv = 1500 Ω, I ≈ 6,7 mA en U_LDR ≈ 3,3 V. Zie je hoe de spanning over de LDR verandert met het licht? Dat kun je meten met een voltmeter over de LDR.

Elektriciteit en lading: de basis begrijpen

Alles draait om lading, de hoeveelheid 'elektrische energie' in deeltjes zoals elektronen. Stroomsterkte I is lading per seconde: I = Q/t. Elektriciteit is die vorm van energie die door draden loopt, opgewekt door allerlei bronnen. In examenvragen over LDR combineer je dit met Ohm: R = U/I, maar bij speciale weerstanden ken je R niet vast, dus meet je spanning of stroom om de verandering te zien.

Praktische oefenopgave: LDR in actie

Laten we het concreet maken met een typische examenopgave. Je hebt een serieschakeling met een spanningsbron van 12 V, een vaste weerstand van 2 kΩ en een LDR. De voltmeter over de vaste weerstand meet 4 V bij een bepaalde verlichtingssterkte. Bepaal de weerstand van de LDR.

Eerst de stroom: over de vaste weerstand U = 4 V, R = 2000 Ω, dus I = U/R = 4/2000 = 0,002 A. Aangezien serie, dezelfde I overal. Totale spanning 12 V, dus U_LDR = 12 - 4 = 8 V. Dan R_LDR = U_LDR / I = 8 / 0,002 = 4000 Ω.

Nu wordt de verlichtingssterkte verhoogd, en de voltmeter over de vaste weerstand geeft 8 V. Wat is nu R_LDR? I = 8/2000 = 0,004 A, U_LDR = 12 - 8 = 4 V, R_LDR = 4/0,004 = 1000 Ω. Dus de weerstand is gehalveerd door meer licht, precies zoals bij een LDR hoort.

Oefen dit zelf: wat als de vaste R 3 kΩ is en U over LDR 6 V bij 9 V totaal? Reken uit en check of je snapt waarom de verhoudingen kloppen. Dit soort berekeningen testen of je serieschakeling, Ohm en metingen beheerst.

Tips voor je examen

Onthoud: bij LDR-opgaven let op de lichtomstandigheden en meet altijd de deelspanningen. Teken de schakeling, bereken I uit één U en R, en vind de rest. Ohmse delen blijven constant, LDR verandert. Zo ga je zelfverzekerd je natuurkunde-toets in. Succes met oefenen!