4. Passé composé

Frans icoon
Frans
VWOC. Basiskennis FR

Passé Composé: de voltooid tegenwoordige tijd in het Frans

Stel je voor dat je een verhaal vertelt over wat je gisteren hebt gedaan: je bent naar school gefietst, hebt huiswerk gemaakt en met vrienden gekletst. In het Frans zeg je dat niet met 'ik fietste' of 'ik maakte', maar met de passé composé, de voltooid tegenwoordige tijd. Dit is een van de belangrijkste tijden om voorbije handelingen te beschrijven die helemaal afgerond zijn. Voor je eindexamen Frans moet je dit perfect kunnen vervoegen, vooral voor de regelmatige werkwoorden die eindigen op -er, -ir of -re. Gelukkig is er een vast patroon dat je zo kunt leren toepassen. Laten we stap voor stap kijken hoe het werkt, zodat je het zelf kunt oefenen en toepassen in zinnen.

De passé composé bouw je altijd op uit twee delen: een hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord van de werkwoordsvorm. Voor bijna alle regelmatige werkwoorden gebruik je het hulpwerkwoord avoir (hebben), dat je eerst vervoegt naar de persoon. Daarna plak je er het voltooid deelwoord achter, dat je aanpast als het nodig is voor het geslacht en het getal van het onderwerp. Klinkt simpel? Dat is het ook, zodra je de regels voor het deelwoord kent. Laten we beginnen met de vervoeging van avoir, want die vormt de basis voor 99% van de gevallen.

Vervoeging van het hulpwerkwoord avoir

Avoir vervoeg je in de présent als volgt: ik heb (j'ai), jij hebt (tu as), hij/zij/het heeft (il/elle/on a), wij hebben (nous avons), jullie hebben (vous avez), zij hebben (ils/elles ont). Neem bijvoorbeeld het werkwoord parler (praten). In de passé composé wordt dat: J'ai parlé (ik heb gepraat), Tu as parlé (jij hebt gepraat), Il a parlé (hij heeft gepraat), Nous avons parlé (wij hebben gepraat), Vous avez parlé (jullie hebben gepraat) en Ils ont parlé (zij hebben gepraat). Zie je het patroon? Het deelwoord parlé blijft hetzelfde, tenzij het onderwerp vrouwelijk of meervoud is, daarover later meer. Oefen dit door zinnen te maken: J'ai mangé une pomme (ik heb een appel gegeten). Zo kun je het meteen in context plaatsen.

Voltooid deelwoorden van -er werkwoorden

De meeste Franse werkwoorden eindigen op -er, zoals aimer (houden van), manger (eten) of jouer (spelen). Om het voltooid deelwoord te maken, haal je gewoon de -er weg en plak je -é eraan. Dus chanter wordt chanté (gezongen), danser wordt dansé (gedanst). Nu combineer je dat met avoir: Nous avons chanté toute la nuit (wij hebben de hele nacht gezongen). Let op: als het onderwerp vrouwelijk enkelvoud is, krijgt het deelwoord een -e: Elle a dansé wordt Elle a dansé (zij heeft gedanst), wacht, dat is al met -é, maar voor vrouwelijk meervoud wordt het Elles ont dansé met een extra -es: Elles ont dansé (zij hebben gedanst). Nee, correctie: het deelwoord dansé krijgt voor vrouwelijk meervoud een -es, dus dansées. Ja, precies: Les filles ont dansé (de meisjes hebben gedanst). Voor mannelijk meervoud verandert er niets. Dit is cruciaal voor examenvragen waar je moet kiezen tussen opties met de juiste akkoordvorm.

Probeer het zelf met travailler (werken): voltooid deelwoord is travaillé. Zinnen zoals J'ai travaillé dur (ik heb hard gewerkt) of Elles ont travaillé ensemble (zij hebben samen gewerkt). Door veel van deze te oefenen, raak je bedreven in het snel herkennen en vormen, wat perfect is voor dictees of vertaalopgaven op het examen.

Voltooid deelwoorden van -ir werkwoorden

Nu naar de -ir werkwoorden, zoals finir (afmaken), choisir (kiezen) of réussir (slagen). Deze zijn iets anders: haal de -ir weg en voeg -i toe. Dus finir wordt fini (afgemaakt), réussir wordt réussi (geslaagd). Met avoir: Tu as fini tes devoirs? (heb jij je huiswerk afgemaakt?), Nous avons choisi un film (wij hebben een film gekozen). Weer die akkoorden: voor vrouwelijk enkelvoud een -e, voor vrouwelijk meervoud -es. Bijvoorbeeld Elle a fini (zij heeft afgemaakt), maar Elles ont fini wordt Elles ont fini, nee, finies. Dus Les élèves ont fini l'examen blijft fini als het gemengd is, maar puur vrouwelijk Les filles ont fini leurs devoirs wordt finies. Dit onderscheid testen ze vaak in meerkeuzevragen, dus memorizeer: -i voor basis, +e voor vrouwelijk enkelvoud, +es voor vrouwelijk meervoud.

Een leuke zin om te onthouden: J'ai réussi mon examen de français! (ik heb mijn Frans-examen gehaald). Dat motiveert, toch? Pas het toe op werkwoorden als obéir (gehoorzamen) of guérir (genezen): Il a obéi (hij heeft gehoorzaamd), Elles ont guéri vite (zij zijn snel genezen, guéries).

Voltooid deelwoorden van -re werkwoorden

Tot slot de -re werkwoorden, een kleinere groep zoals vendre (verkopen), attendre (wachten) of répondre (antwoorden). Hier haal je de -re weg en plak je -u eraan: vendre wordt vendu (verkocht), attendre wordt attendu (gewacht). Combineer met avoir: J'ai vendu ma voiture (ik heb mijn auto verkocht), Vous avez attendu longtemps? (hebben jullie lang gewacht?). Akkoorden hetzelfde: Elle a vendu wordt vendue, Elles ont vendu wordt vendues. Bij perdre (verliezen): Nous avons perdu le match (wij hebben de wedstrijd verloren). Of descendre (dalen): Ils ont descendu les escaliers (zij zijn de trap afgelopen, descendus).

Deze groep is lastiger omdat er onregelmatige bij horen, maar voor regelmatige geldt altijd die -u. Oefen met zinnen als J'ai répondu à la question (ik heb geantwoord op de vraag), en pas het akkoord toe: Ma sœur a répondu (mijn zus heeft geantwoord, répondu blijft, maar vrouwelijk répondu? Wacht, répondu voor vrouwelijk enkelvoud répondue? Nee, répondu krijgt -e: répondue*. Ja: Elle a répondu is Elle a répondu, maar met akkoord répondue als het vrouwelijk is. Standaard is het répondu, en akkoord afhankelijk van direct object.

Tips voor akkoorden en examenpractice

Onthoud dat het voltooid deelwoord altijd akkoord maakt met het onderwerp als het hulpwerkwoord avoir gebruikt wordt en er een direct object voor het werkwoord staat dat vrouwelijk/meervoud is. Nee, preciezer: bij avoir akkoord je het deelwoord met het direct object als dat voor het werkwoord staat. Bijvoorbeeld Les pommes que j'ai mangées (de appels die ik gegeten heb, mangées omdat appels vrouwelijk meervoud). Maar voor eenvoudige zinnen met onderwerp, alleen als het vrouwelijk/meervoud is en geen object ervoor. Op school en examen focussen ze op de basis: akkoord met vrouwelijk onderwerp. Maak zinnen met gemengde onderwerpen: Les garçons et les filles ont joué, deelwoord blijft joué, geen akkoord nodig tenzij gespecificeerd.

Om dit toetsbaar te maken, probeer deze oefenzin: Vervoeg lire (-re groep, lu) voor nous: Nous avons lu le livre. Voor elles: Elles ont lu le livre (geen verandering, tenzij vrouwelijk object). Herhaal de patronen: -er → -é, -ir → -i, -re → -u, plus akkoorden -e/-es. Schrijf tien zinnen per groep en controleer jezelf, dat is de beste voorbereiding voor je Frans-proefwerk of eindexamen. Met deze kennis vlieg je door de passé composé heen!