3. Titreren

NASK 2 icoon
NASK 2
VMBO-TLF. Productonderzoek

Titreren in NASK 2: zo bepaal je de concentratie van een stof

Stel je voor dat je in het lab staat en je wilt weten hoe zuur een bepaald product precies is, bijvoorbeeld het citroensap in een fles limonade. Hoe meet je dat nauwkeurig? Dat doe je met titreren, een superhandige techniek uit het productonderzoek. Titreren is een methode om de concentratie van een onbekende stof in een oplossing te bepalen door die te laten reageren met een oplossing waarvan je de concentratie wél kent. Het is een van de belangrijkste vaardigheden in de scheikunde, en voor je examen NASK 2 komt het regelmatig voor. In dit hoofdstuk uit productonderzoek leer je precies hoe het werkt, stap voor stap, zodat je het zelf kunt uitvoeren en de berekeningen snapt.

Wat is titreren en waarom gebruiken we het?

Titreren, ook wel titratie genoemd, is een vorm van volumetrische analyse. Je voegt langzaam een vloeistof met bekende concentratie toe aan een vloeistof met onbekende concentratie, totdat de reactie helemaal voltooid is. Dat punt heet het equivalentiepunt: daar hebben de stoffen precies in de juiste verhouding gereageerd. Meestal gebruik je een kleurstof, een indicator, die van kleur verandert als dat punt bereikt is. Zo weet je meteen wanneer je moet stoppen.

Waarom is dit zo nuttig? In het dagelijks leven controleren bedrijven met titreren de kwaliteit van producten. Denk aan de zuurgraad in frisdrank, de hoeveelheid azijnzuur in azijn of zelfs de hardheid van water in een zwembad. Voor jou als scholier is het perfect om te oefenen met mollen, concentraties en reacties, want op het examen krijg je vaak opgaven waarin je een titerwaarde moet berekenen of een fout moet opsporen in een titratieverslag.

De spullen die je nodig hebt voor een titratie

Voordat je begint, zet je alles klaar op een stevig labblad. Je hebt een bürette nodig, dat is een langwerpig meetglas met een kraan eraan, waarin je de oplossing met bekende concentratie (de titrant) doet. Die vul je tot nul en lees je af op een tiende milliliter nauwkeurig. Dan een pipet om precies een vast volume van de onbekende oplossing (de analyte) in een conische kolf te pipetteren, meestal 10 of 25 ml. Voeg daaraan een paar druppels indicator toe, zoals fenolftaleïne voor zuur-base titraties, die kleurt roze in een base en kleurloos in een zuur.

Verder heb je een statief met bürettehouder, een witte ondergrond om de kleurverandering beter te zien, en een trechter om de bürette te vullen zonder morsen. Veiligheid eerst: draag een bril en handschoenen, want zuren en basen kunnen prikken. Alles schoonspoelen met gedestilleerd water, want vuil kan je meting verpesten.

Hoe voer je een titratie uit? Stap voor stap

Begin met het vullen van de bürette. Spoel hem eerst met de titrant, laat een beetje weglopen en vul hem dan helemaal. Zet nul af door een paar druppels te laten vallen tot het meniscuspunt precies op nul staat. Pipetteer nu je analyte in de kolf, voeg indicator toe en vul aan met gedestilleerd water tot ongeveer 50 ml totaal, meer water mag, zolang de concentratie niet te veel verdund raakt.

Plaats de kolf onder de bürette en laat een paar ml titrant vallen. Draai de kolf rond zodat alles goed mengt. Je ziet de kleur veranderen, maar die verdwijnt weer. Ga door met toevoegen, steeds langzamer naarmate je dichter bij het einde komt. Plotseling blijft de kleur hangen: bij fenolftaleïne wordt het blijvend roze. Dat is je equivalentiepunt. Lees de bürette af, dat is je titerwaarde, het verbruikte volume titrant.

Herhaal dit minstens drie keer voor betrouwbare resultaten. Neem het gemiddelde van de concordante waarden, dus die die binnen 0,1 ml van elkaar liggen. Als je eerste meting te hoog is, gooi je die weg en begin opnieuw.

De berekening: concentratie uitrekenen met een voorbeeld

Nu het leuke deel: de berekening. Voor een eenvoudige zuur-base titratie met sterke zuren en basen geldt dat het aantal mollen zuur gelijk is aan het aantal mollen base. De formule is dus c_zuur × V_zuur = c_base × V_base, waarbij c de concentratie in mol/l is en V het volume in liter.

Neem een voorbeeld dat je op het examen kunt krijgen. Stel, je titrereert 25 ml onbekende zoutzuuroplossing (HCl) met 0,1 mol/l natriumhydroxide (NaOH). Je titerwaarde is gemiddeld 22,5 ml. Eerst omrekenen naar liter: V_HCl = 0,025 l, V_NaOH = 0,0225 l.

Dan: c_HCl × 0,025 = 0,1 × 0,0225
c_HCl = (0,1 × 0,0225) / 0,025 = 0,09 mol/l.

Klaar! Voor zwakkere zuren zoals azijnzuur (CH3COOH) in azijn is het hetzelfde, maar de indicator verandert bij een ander pH-punt. Oefen dit met variaties, want examenvragen vragen vaak om de concentratie in gram/liter of percentage.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

In het lab gaan dingen vaak mis, en dat testen ze op je examen. Parallaxfout bij het aflezen van de bürette? Lees altijd vanaf ooghoogte, met het onderkantje van het meniscus. Te veel indicator? Dat vertraagt de kleursverandering, dus gebruik precies twee druppels. De kolf niet ronddraaien? Dan mengt het niet goed en mis je het exacte eindpunt.

CO2 uit de lucht kan je base verzuren, dus titfeer snel en werk afgedekt. Als je titerwaarden te veel verschillen, zoek een systematische fout zoals een lekkende kraan. Noteer alles in een tabel met bruto-aflezingen, en bereken afwijkingen voor bonuspunten op je toets.

Toepassingen van titreren in de praktijk

Titreren is niet alleen voor school: in de industrie meet men er de zuurtegraad van wijn mee, of de alkaliniteit van rioolwater. In voedingsmiddelen controleert men vitamine C in sinaasappelsap door het te titreren met jodium. Begrijp je dit goed, dan snap je ook redox-titratie of complexometrie later. Oefen met oude examenopgaven, reken de concentraties uit en check je grafiek van pH versus volume, de steile helling is je equivalentiepunt.

Met deze uitleg kun je titreren als een pro uitvoeren en berekenen. Probeer het zelf uit in gedachte of met een proefje thuis (veilig!), en je bent klaar voor hoofdstuk F in productonderzoek. Succes met je voorbereiding!