2. Soorten klimaten en klimaatzones

Aardrijkskunde icoon
Aardrijkskunde
VMBO-TLA. Weer en klimaat

Weer en klimaat: de basis voor soorten klimaten en klimaatzones

Stel je voor dat je op een zonnige dag in Nederland fietst en je plots een bui over je heen krijgt, dat is het weer, een momentopname van temperatuur, wind, neerslag en bewolking op die ene plek en tijd. Maar als je dat soort patronen over dertig jaar bekijkt in een heel gebied, praat je over het klimaat. Het klimaat vertelt je hoe het weer er gemiddeld voorstaat, met factoren als temperatuur, neerslag, windsnelheid, vochtigheid en luchtdruk die samen de seizoenen en het algemene beeld vormen. Voor je aardrijkskunde-examen is dit superbelangrijk, want je moet niet alleen de verschillen tussen weer en klimaat snappen, maar ook hoe klimaten wereldwijd verdeeld zijn in klimaatzones en welke vegetatie daarbij hoort. Laten we dat stap voor stap uitpluizen, zodat je het perfect kunt toepassen op kaarten, grafieken en vragen.

Factoren die het klimaat bepalen

Het klimaat hangt af van een paar key-factoren die je echt moet kennen. De breedteligging is er een van: hoe dichter bij de evenaar, hoe warmer het meestal is door de directe zonnestralen. In Nederland, rond de 52 graden noorderbreedte, merk je dat het milder blijft dan in de tropen op 0 graden. Dan heb je de hoogteligging: hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt, met zo'n 0,6 graden per 100 meter. Daarom vind je in de Alpen bovenop eeuwige sneeuw, terwijl het in het dal al bloeit. Ook de afstand tot de zee speelt mee, zee houdt de temperatuur stabiel door zijn traag opwarmende en afkoelende water. Dichtbij de kust heb je zachte winters en koele zomers, ver landinwaarts juist extremere verschillen. Combineer dat met oceaanstromingen, zoals de warme Golfstroom die Nederland mild houdt, en je snapt waarom klimaten per zone verschillen. Deze factoren verklaren de indeling in klimaatzones, van polen tot evenaar.

De klimaatzones van polen naar evenaar

De wereld is verdeeld in klimaatzones op basis van breedte, hoogte en andere invloeden, met bijpassende klimaten en vegetatie. Laten we ze van noord naar zuid doornemen, alsof we een reis maken. Bovenaan beginnen we bij de koudste zones.

Pool- en hooggebergteklimaat en toendraklimaat

In de poolstreken en hooggebergten, zoals boven de boomgrens in de Rocky Mountains of op Groenland, heerst het pool- en hooggebergteklimaat. De warmste maand komt niet boven de 10 graden Celsius, en er ligt vaak eeuwige sneeuw. Winters zijn extreem koud, met temperaturen ver onder nul, en neerslag is schaars, meestal als sneeuw. Vegetatie is bijna afwezig: denk aan mos, korstmossen en dwergstruiken in het toendraklimaat, waar de gemiddelde temperatuur van de koudste maand onder de -3 graden ligt en de warmste tussen 0 en 10 graden. Geen bomen, want de permafrost, eeuwig bevroren grond, verhindert wortelgroei. In hooggebergten zie je hooggebergte-vegetatie die per hoogte varieert: lager wat gras, hoger alleen alpenplantjes die snel bloeien in de korte zomer.

Het gematigde klimaat: zeeklimaat, landklimaat en gemengd bos

Rond onze breedte, in de gematigde zone, vind je variaties. Het zeeklimaat domineert aan de westkusten, zoals in Nederland en Groot-Brittannië. Door de nabijheid van de zee zijn zomers niet heter dan 20 graden en winters mild boven nul. Neerslag is gelijkmatig verdeeld, vaak rond de 800 mm per jaar, met westenwinden die vocht aanvoeren. Vegetatie? Loofbossen met eiken en beuken die in de herfst roodbruin kleuren. Ga je landinwaarts, zoals in Siberië, dan krijg je het landklimaat of continentaal klimaat. Door de afstand tot zee zijn zomers heet tot 30 graden en winters koud tot -20 graden of lager. Neerslag is lager, vooral in de zomer. Hier groeit gemengd bos met zowel naaldbomen als loofbomen, die zich aanpassen aan de extremen.

Subtropisch: mediterraan klimaat en mediterrane vegetatie

Iets zuidelijker, in de subtropische landschapszone rond de Middellandse Zee, Californië of Zuid-Afrika, vind je het mediterraan klimaat. Zomers zijn heet en droog door hoge drukcellen die vocht blokkeren, met temperaturen boven de 25 graden en vaak bosbrandgevaar. Winters zijn milder, rond 10 graden, met de meeste neerslag, denk aan 500-800 mm per jaar. Dit patroon zorgt voor mediterrane vegetatie: altijdgroene struiken en bomen zoals olijven, kurkeiken en lavendel, die droogte doorstaan met leerachtige bladeren en diepe wortels. De subtropen hebben een duidelijk vochttekort in de zomer, wat deze begroeiing kenmerkt.

Tropen: savanneklimaat, steppe- en woestijnklimaat

Dieper in de tropen overheerst hitte, maar met variaties. Het tropisch savanneklimaat heeft een duidelijk droog seizoen van enkele maanden, met temperaturen altijd boven 20 graden en neerslag rond 1000 mm, vooral in de natte zomer. Vegetatie is grassland met hier en daar acacia's en baobabs, perfect voor savannes in Oost-Afrika, waar dieren als leeuwen en zebra's grazen. Droger wordt het in het steppeklimaat of halfwoestijn, zoals in Australië of Mongolië, met nog net genoeg neerslag voor gras en struiken, maar geen bomen. Nog extremer is het woestijnklimaat, met minder dan 250 mm neerslag per jaar, kale zandvlakten en cactussen of dadelpalmen die spaarzaam leven.

Equatoriaal: tropisch regenwoud

Precies op de evenaar bloeit het tropisch regenwoud in het tropisch klimaat, zoals in de Amazone of Congo-bekken. Hier regent het het hele jaar door, meer dan 2000 mm, met temperaturen rond 25-30 graden en hoge luchtvochtigheid. De begroeiing is weelderig en soortenrijk: hoge bomen met lianen, orchideeën en bromelia's in meerdere lagen, waar 50% van alle diersoorten leeft. De dichte kruin beschermt de bodem, die snel nutrienten uitspoelt.

Klimaatgrafieken: hoe lees je ze?

Voor je examen moet je klimaatgrafieken feilloos interpreteren, ze tonen het gemiddelde weer per maand voor een plek. Op de x-as staan de maanden, y-as links temperatuur in graden Celsius en rechts neerslag in mm. Een lijn voor temperatuur piekt vaak in juli voor het noordelijk halfrond, en balken tonen neerslag. In een zeeklimaatgrafiek zie je kleine temperatuuramplitudes (verschil zomer-winter klein, zeg 10 graden) en gelijkmatige neerslag. Bij landklimaat is de amplitude groot (20-30 graden), met drogere winters. Mediterraan? Hoge zomerpieken in temperatuur, maar lage neerslagbalken dan, en natte winter. Savanne heeft twee natte pieken, woestijn amper balkjes. Oefen met grafieken: noem het klimaat aan de vorm, koppel vegetatie en noem factoren als breedteligging.

Nu kun je dit alles toepassen op wereldkaarten: markeer zones, leg extremen uit en voorspel vegetatie. Herhaal de begrippen hardop, teken zelf grafieken en je rockt je toets. Succes!