Bevolkingsopbouw in China
Stel je voor: China is het land met de meeste inwoners ter wereld, meer dan 1,4 miljard mensen. Maar hoe ziet de leeftijdsopbouw van al die mensen eruit? De bevolkingsopbouw laat zien hoe de bevolking is verdeeld over verschillende leeftijdsgroepen, en dat kun je goed aflezen aan een bevolkings piramide. In China heeft die piramide een heel eigen vorm gekregen door strenge overheidsregels, zoals de eenkindpolitiek. Voor je examen aardrijkskunde is het slim om te snappen hoe geboortecijfers en sterftecijfers hierin meespelen, en waarom China nu kampt met een vergrijzende bevolking. Laten we dat stap voor stap bekijken, zodat je het perfect kunt uitleggen of berekenen.
Hoe werkt bevolkingsopbouw?
De bevolkingsopbouw draait om de verhouding tussen jong, werkend en oud in een land. Je ziet dat het best in een piramidegrafiek, met jongens en mannen links en meisjes en vrouwen rechts. Bovenaan staan de ouderen, onderaan de kinderen. In veel arme landen is de piramide breed onderaan omdat er veel baby's worden geboren, dat heet een jong piramidevorm. In rijke landen knijpt het onderaan samen door lage geboortecijfers, wat leidt tot een pilaarvorm met veel ouderen. China zat vroeger in die eerste categorie, maar door beleid is het nu meer als een westers land geworden. Het geheim zit in twee cijfers: het geboortecijfer en het sterftecijfer. Het geboortecijfer is het aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar. Vroeger lag dat in China rond de 30 à 40 per duizend, nu is het gedaald tot ongeveer 7. Het sterftecijfer, oftewel het aantal sterfgevallen per duizend inwoners per jaar, is juist laag: rond de 7 à 8. Trek je die twee van elkaar af, dan krijg je de natuurlijke aanwas. In China is die nu bijna nul, wat betekent dat de bevolking niet meer groeit door geboortes alleen.
De eenkindpolitiek: een radicale oplossing
Waarom is dat geboortecijfer zo laag gevallen? Dat komt door de eenkindpolitiek, die van 1979 tot 2015 streng werd uitgevoerd. China groeide in de jaren zestig en zeventig razendsnel, van 600 miljoen naar meer dan een miljard mensen. De regering vreesde dat er niet genoeg eten, huizen en banen zouden zijn voor iedereen. Dus introduceerden ze het beleid 'One Child Nation': elk koppel mocht maar één kind krijgen. Een tweede kind leidde tot boetes, ontslag of zelfs gedwongen abortus. Op het platteland mochten Han-Chinezen soms twee kinderen als het eerste een meisje was, want zonen erfden de boerderij. Maar in de steden was het keihard één kind. Dit werkte: het geboortecijfer daalde dramatisch van 6 kinderen per vrouw in 1970 naar 1,7 nu. Toch had het nare kanten, zoals een scheve sekseverhouding, veel meer jongens dan meisjes omdat ouders een zoon wilden. Nu, na afschaffing in 2016 (eerst twee kinderen toegestaan, sinds 2021 drie), wil de regering juist dat mensen méér kinderen krijgen. Maar de schade is al gedaan: er zijn te weinig jongeren om de ouderen later op te vangen.
Gevolgen voor de piramide en de economie
Kijk naar de bevolkings piramide van China anno nu: onderaan smal door lage geboortecijfers, een dik middenstuk van werkenden geboren in de babyboom na de Tweede Wereldoorlog, en bovenaan een groeiende top van 65-plussers. Dit heet vergrijzing. Tegen 2050 zal een op de drie Chinezen ouder zijn dan 60. Dat is een ramp voor de economie, want wie betaalt de pensioenen en zorg? De werkende generatie krimpt, terwijl de gepensioneerden exploderen. Bedrijven hebben moeite om werknemers te vinden, en de overheid moet hogere belastingen heffen. Voor het examen: onthoud dat een land met veel ouderen een afhankelijkheidsratio heeft die stijgt, dat is het aantal niet-werkenden (0-15 en 65+) per 100 werkenden (15-65). In China was dat vroeger laag, nu klimt het naar 50 of meer. Praktisch voorbeeld: denk aan de '4-2-1'-situatie, waarbij één kind voor twee ouders en vier grootouders moet zorgen. Dat put families uit.
Bevolkingsdichtheid: niet overal even vol
China is niet alleen groot in aantallen, maar ook in bevolkingsdichtheid, het aantal mensen per vierkante kilometer. Gemiddeld wonen er 150 mensen per km², maar dat varieert enorm. In de oostelijke kustprovincies zoals Shanghai is het meer dan 3000 per km², drukker dan Nederland. De westelijke gebieden, zoals Tibet en Xinjiang, zijn bijna leeg met minder dan 10 per km² door bergen en woestijnen. Meer dan 90 procent van de Chinezen woont op 40 procent van het land, vooral langs de rivieren de Yangtze en de Geelrivier. Steden als Beijing en Shanghai puilen uit met miljoenen, wat leidt tot smog, files en hoge huizenprijzen. De regering probeert mensen te verhuizen naar het westen met megaprojecten zoals de Driekloven-dam, maar dat lost de bevolkingsdruk niet op. Voor je toets: bereken eens de dichtheid als je weet dat China 9,6 miljoen km² groot is en 1,4 miljard inwoners telt, deel het aantal door de oppervlakte en vergelijk met Nederland (500 per km²).
Wat betekent dit voor de toekomst?
China's bevolkingsopbouw is een les in hoe beleid de demografie verandert. Door de eenkindpolitiek heeft het land de armoede overwonnen en economische groei doorgemaakt, meer geld per hoofd omdat er minder monden te voeden waren. Maar nu dreigt een krimp: voor het eerst sinds decennia daalt de totale bevolking. De regering stimuleert nu geboortes met subsidies en kinderopvang, maar tradities zoals late huwelijken en hoge kosten houden het geboortecijfer laag. Voor scholieren zoals jij is dit superrelevant: op het examen kun je scoren door te linken aan thema's als verstedelijking, migratie en duurzame ontwikkeling. Oefen met grafieken interpreteren: een smalle basis betekent lage aanwas, een brede top vergrijzing. Snap je dit, dan heb je het hoofdstuk Bevolking en Ruimte in de pocket. Succes met leren en oefenen!