2. Rekenmachine gebruiken

Wiskunde icoon
Wiskunde
VMBO-BBB. Rekenen, meten en schatten

Afmetingen schatten in wiskunde BB

Stel je voor dat je de grootte van iets moet inschatten zonder meetlint of rekenmachine bij de hand. Dat is precies waar schatten om draait in wiskunde. Met een beetje oefening kun je dit goed doen door bekende afmetingen als verwijzing te nemen. Neem nou een gemiddelde volwassene, die is zo'n 1,80 meter lang. Die lengte kun je gebruiken om andere dingen in te schatten. Denk bijvoorbeeld aan een foto waarop een persoon naast een groot dier staat, zoals een struisvogel. Je ziet meteen dat de struisvogel een stuk langer is dan de persoon. Als je schat dat de vogel ongeveer 1,3 keer zo lang is als de mens, dan reken je snel uit: 1,80 meter keer 1,3 geeft 2,34 meter. Zo kom je tot een snelle benadering van de hoogte.

Zo'n schatting is natuurlijk niet perfect, want het hangt af van je oog en ervaring. Het is veel nauwkeuriger om afmetingen echt te meten of te berekenen, bijvoorbeeld met formules of een schaal. Een schatting geeft je een ruwe indicatie, maar een berekening levert het exacte getal op dat je nodig hebt voor een toets of examen.

Werken met schaal in de praktijk

Een superhandige tool voor het omrekenen van afmetingen is de schaal. Dat is de verhouding tussen een model of tekening en de echte grootte. Je ziet het altijd als '1:' gevolgd door een getal, zoals 1:20. Dat betekent dat alles in het echt 20 keer groter is dan op de tekening of in het model. Op landkaarten of bij maquettes komt dit vaak voor, en het is goud waard voor examenopgaven.

Laten we dat concreet maken met een voorbeeld. Stel, een auto is in het echt 6,2 meter lang, dus 620 centimeter. Het schaalmodel is gemaakt op 1:20, wat wil zeggen dat het 20 keer kleiner is. De lengte van het model bereken je dan door 620 cm te delen door 20, en dat geeft 31 cm. Zo eenvoudig is het: deel de echte maat door de schaalverhouding voor de modelmaat, of vermenigvuldig juist voor de echte grootte vanuit het model. Oefen dit een paar keer met je rekenmachine, en je beheerst het voor elke toetsvraag.