61. Multiculturele samenleving

Geschiedenis icoon
Geschiedenis
VMBO-BBB. Historisch overzicht vanaf 1900

61. Multiculturele samenleving

Stel je voor: Nederland in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. De straten van steden als Rotterdam en Amsterdam vullen zich met mensen uit verre landen, met hun eigen talen, kleding en gewoontes. Dit is het begin van wat we nu de multiculturele samenleving noemen, een samenleving waarin verschillende culturen naast elkaar bestaan. Maar hoe is dit eigenlijk ontstaan? Het hangt nauw samen met grote historische veranderingen na 1900, zoals de dekolonisatie en het opkomende nationalisme. In deze uitleg duiken we diep in deze ontwikkelingen, zodat je het perfect begrijpt voor je toets of examen. We kijken naar de oorzaken, de belangrijkste gebeurtenissen en wat het allemaal betekent voor Nederland vandaag de dag.

Hoe dekolonisatie de wereld veranderde

Dekolonisatie is het proces waarbij voormalige koloniën onafhankelijk worden van de koloniale machten. Na de Tweede Wereldoorlog, rond 1945, begon dit op grote schaal te gebeuren. Europese landen zoals Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk hadden eeuwenlang gebieden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika onder controle gehad, maar de oorlog had hen verzwakt. Koloniën zagen hun kans schoon en eisten zelfbestuur op. Neem Indonesië: Nederland noemde het toen Nederlands-Indië, maar na een bloedige onafhankelijkheidsoorlog in 1945-1949 werd het een soevereine staat. Soortgelijke verhalen speelden zich af in India, Algerije en veel Afrikaanse landen.

Deze dekolonisatie had directe gevolgen voor Nederland. Mensen uit de voormalige koloniën kwamen naar hier. Denk aan de repatrianten uit Indonesië, zo'n 300.000 mensen die in de jaren vijftig naar Nederland trokken omdat ze zich niet meer thuis voelden in het onafhankelijke Indonesië. Later, in 1975, toen Suriname onafhankelijk werd, kwamen nog eens tienduizenden Surinamers over. Door de dekolonisatie verloor Nederland zijn wereldmacht, maar het kreeg er een diverse bevolking bij. Dit legde de basis voor een samenleving waarin niet alleen Nederlanders, maar ook mensen met een Indische, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond wonen en leven.

De rol van nationalisme in de onafhankelijkheidsstrijd

Nationalisme speelde een cruciale rol in dit hele proces. Het is een ideologie die de liefde voor je eigen land en volk centraal stelt, vaak gepaard met het verlangen naar volledige onafhankelijkheid. In de koloniën groeide dit nationalisme sterk tijdens de twintigste eeuw. Lokale leiders zoals Soekarno in Indonesië of Gandhi in India mobiliseerden het volk met toespraken over eigen cultuur, taal en vrijheid. Ze zeiden dingen als: 'We zijn geen onderdanen meer, we bouwen ons eigen land!' Dit nationalisme leidde tot protesten, stakingen en uiteindelijk revoluties.

In Nederland merkten we dit ook. Het nationalisme in de koloniën botste met ons eigen gevoel van superioriteit, maar na de oorlog konden we het niet meer tegenhouden. Nationalisme was niet alleen in de koloniën actief; het leefde ook in Europa zelf, vooral na 1900. Denk aan de Eerste Wereldoorlog, waar nationalisme leidde tot een bloedig conflict omdat elk land zijn eigen natie boven alles stelde. Later, in de jaren zestig, zagen we nationalisme terugkeren in de gastarbeidersdiscussies. Immigranten uit Turkije en Marokko kwamen naar Nederland om te werken in fabrieken, aangetrokken door onze welvaart. Ze waren vaak tijdelijk, maar bleven en brachten hun eigen nationalisme mee, met trots op hun roots.

Van koloniën naar pluriforme samenleving

Een pluriforme samenleving is er een waarin verschillende cultuurgroepen vreedzaam naast elkaar leven, elk met hun eigen identiteit. Dit concept past perfect bij Nederland na 1900. Door de dekolonisatie en arbeidsmigratie ontstond hier een mix van culturen. In de jaren zestig nodigde de Nederlandse overheid gastarbeiders uit Turkije, Marokko, Joegoslavië en Italië uit om de economie te draaien. Ze bouwden wegen, stopten vlees en werkten in de tuinbouw. Veel van hen bleven plakken, namen hun gezinnen mee en vestigden zich in wijken als de Bijlmermeer in Amsterdam of Schilderswijk in Den Haag.

Deze pluriformiteit bracht uitdagingen met zich mee. Aan de ene kant ontstonden prachtige fusion-culturen, zoals Surinaams-Nederlandse keukens met roti en stamppot. Aan de andere kant waren er spanningen: discriminatie, taalachterstanden en culturele botsingen. Denk aan de Molukse treinkaping in 1977, waarbij nakomelingen van soldaten uit Nederlands-Indië protesteerden tegen hun lot in Nederland. Toch groeide Nederland uit tot een van de meest diverse landen ter wereld. Tegenwoordig is zo'n 25 procent van de bevolking van niet-westerse afkomst, en dat maakt onze samenleving pluriform.

Wat betekent dit voor Nederland na 1900?

De multiculturele samenleving is dus het resultaat van dekolonisatie, nationalisme en migratiegolven. Het begon met de onafhankelijkheid van koloniën, leidde tot repatriëring en gastarbeiders, en eindigde in een land waar meerdere culturen samenkomen. Voor je examen is het belangrijk om te snappen dat dit geen toeval was, maar een kettingreactie van historische gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: zonder de dekolonisatie van Indonesië hadden we geen Indische Nederlanders, en zonder nationalisme in Marokko geen grote Marokkaanse gemeenschap hier.

Om het toetsbaar te maken: bedenk eens hoe nationalisme in koloniën leidde tot dekolonisatie, en hoe dat migratie veroorzaakte. Of leg uit waarom Nederland een pluriforme samenleving werd. Dit soort verbanden komen vaak terug in examenvragen. Het maakt geschiedenis niet alleen feiten stampen, maar verhalen begrijpen over hoe de wereld verandert en hoe dat ons land vormt. Door deze ontwikkelingen voelt Nederland zich minder 'wit en Nederlands', maar rijker en kleurrijker, al blijft het een uitdaging om iedereen zich thuis te laten voelen.