31. Wisselkoers

Economie icoon
Economie
VMBO-BBD. Internationale ontwikkelingen

Wisselkoers in de economie: hoe werkt dat precies?

Stel je voor: je bent op vakantie in New York en wilt een hotdog kopen voor 5 dollar. Hoeveel euro's moet je daarvoor neertellen? Dat hangt af van de wisselkoers tussen de euro en de dollar. De wisselkoers is superbelangrijk in de internationale economie, want het bepaalt hoe duur producten uit het buitenland voor ons zijn en hoe aantrekkelijk onze Nederlandse export is voor buitenlanders. In dit hoofdstuk duiken we diep in de wisselkoers, export en import. We leggen alles stap voor stap uit, met praktische voorbeelden, zodat je het perfect snapt voor je toets of examen. Laten we beginnen bij de basis.

Export en import: de bouwstenen van internationale handel

Voordat we bij de wisselkoers komen, moeten we eerst snappen wat export en import zijn, want die twee hangen nauw samen met hoe valuta's gewisseld worden. Export draait om het verkopen van goederen en diensten aan het buitenland. Denk aan Nederlandse bedrijven zoals Philips dat lampen levert aan Amerika of KLM dat vluchten aanbiedt naar Azië. Als Nederland veel exporteert, stroomt er geld het land in, wat goed is voor onze economie en banen creëert.

Import is het omgekeerde: we halen goederen en diensten uit het buitenland. Bijvoorbeeld bananen uit Zuid-Amerika, smartphones uit China of vakanties in Spanje. Import is handig omdat we niet alles zelf kunnen maken, maar als we te veel importeren zonder genoeg te exporteren, moet er geld het land uit. Op je examen krijg je vaak vragen over de balans tussen export en import, want die bepaalt mede of ons land een overschot of tekort heeft op de betalingsbalans. Een overschot betekent dat we meer uitvoeren dan invoeren, wat positief is voor de euro.

Wat is de wisselkoers nou eigenlijk?

De wisselkoers is simpel gezegd de prijs van de ene munteenheid uitgedrukt in een andere munteenheid. Het vertelt je hoeveel euro's je nodig hebt voor één dollar, of hoeveel yen je krijgt voor één euro. Bijvoorbeeld: als de wisselkoers 1 euro = 1,10 dollar is, dan koop je voor één euro 1,10 dollar. Dit systeem maakt internationale handel mogelijk, want zonder wisselkoers kon je geen appels uit Turkije betalen met euro's.

Er zijn twee belangrijke types wisselkoersen: de vaste en de flexibele. Bij een vaste wisselkoers koppelt de overheid of centrale bank de munt aan een andere munt of goud, zoals vroeger de gulden aan de Duitse mark. Tegenwoordig gebruiken de meeste landen een flexibele wisselkoers, waarbij de markt bepaalt wat de koers is. Die markt is de valutamarkt, een soort gigantische beurs waar banken, bedrijven en beleggers constant valuta's ruilen. De koers verandert door vraag en aanbod: als veel buitenlanders euro's willen kopen (bijvoorbeeld omdat onze export booming is), stijgt de waarde van de euro. Dat heet appreciatie. Als de euro juist goedkoper wordt, spreken we van depreciatie.

Hoe wordt de wisselkoers bepaald? Vraag en aanbod op de valutamarkt

De wisselkoers schommelt dagelijks door vraag en aanbod, net als de prijs van een concertkaartje. Als de vraag naar euro's toeneemt, bijvoorbeeld omdat buitenlandse toeristen massaal naar Amsterdam komen, wordt de euro duurder. Aanbod stijgt als Nederlanders veel dollars willen kopen voor een tripje naar de VS.

Kijk naar een concreet voorbeeld: stel dat de Nederlandse kaasexport naar Frankrijk explodeert. Franse kaasfans kopen meer Nederlandse kaas, betalen in euro's (want Frankrijk gebruikt ook euro), maar als we naar de VS exporteren, moeten Amerikanen eerst dollars omzetten in euro's. Dat verhoogt de vraag naar euro's, en de wisselkoers euro-dollar gaat omhoog. Omgekeerd: als we ineens veel Amerikaanse iPhones importeren, moeten we dollars kopen, wat het aanbod van euro's vergroot en de euro goedkoper maakt.

Op school leer je vaak over de betalingsbalans, die de wisselkoers beïnvloedt. De lopende rekening (export minus import) en de kapitaalrekening (investeringen) zorgen samen voor evenwicht. Als Nederland een groot overschot heeft op de lopende rekening, koopt de centrale bank (zoals de ECB) buitenlandse valuta om de euro niet te duur te laten worden, want een te dure euro maakt export duurder en minder aantrekkelijk.

Factoren die de wisselkoers op en neer laten gaan

Veel dingen spelen een rol bij de wisselkoers, en die snap je beter met voorbeelden. Inflatie is er een: als Nederland hogere inflatie heeft dan Duitsland, worden onze producten duurder, exporteert minder en daalt de euro. Rentetarieven tellen ook mee. Hoge rentes in de eurozone trekken buitenlandse beleggers aan, die euro's kopen, dus de euro wordt sterker. Neem de eurocrisis rond 2010: lage rentes en economische problemen maakten de euro zwakker tegenover de dollar.

Andere factoren zijn speculatie (beleggers gokken op koersveranderingen), politieke stabiliteit en economische groei. Als de VS harder groeit dan Europa, willen investeerders dollars, en zakt de euro. Voor je examen: onthoud dat een sterke munt (appreciatie) import goedkoper maakt (goed voor consumenten), maar export duurder (slecht voor bedrijven). Een zwakke munt stimuleert export, maar maakt import duurder, wat leidt tot hogere prijzen thuis.

De impact van de wisselkoers op export, import en de Nederlandse economie

Waarom moet je dit allemaal weten? Omdat de wisselkoers de handel stuurt. Een goedkope euro helpt exporteurs zoals de bloemenveiling in Aalsmeer: hun tulpen zijn spotgoedkoop voor Amerikanen, dus ze verkopen meer. Maar voor jou als scholier met een bijbaantje bij de HEMA wordt een iPhone uit China duurder. Bedrijven passen prijzen aan, wat inflatie kan veroorzaken.

In de praktijk zie je dit bij vakanties: met een sterke euro koop je goedkoop in Turkije, maar met een zwakke euro telt een pizza in Rome dubbel zo veel. Op macroniveau beïnvloedt het de werkgelegenheid, meer export betekent meer banen, en de groei van het BBP. Voor BB-examenkandidaten: rekenvragen over wisselkoersen komen vaak voor, zoals 'als de euro met 10% deprecieert, hoe verandert de prijs van importgoederen?'. Oefen dat met tabellen: bij depreciatie dalen exportprijzen in buitenlandse munt, stijgen importprijzen.

Samenvatting: klaar voor je toets over wisselkoers

De wisselkoers is de prijs van munten ten opzichte van elkaar, bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt. Export brengt geld binnen, import kost geld, en de koers bepaalt wie er wint of verliest in de handel. Factoren als inflatie, rente en groei zorgen voor veranderingen, met gevolgen voor prijzen, banen en groei. Oefen met actuele koersen van de ECB-site (maar dat check je zelf natuurlijk) en denk na over scenario's zoals 'wat als de ECB de rente verhoogt?'. Zo scoor je goud op je economie-examen. Succes met leren, je hebt dit!