25. Soorten werkloosheid

Economie icoon
Economie
VMBO-BBB. Arbeid en productie

Werkloosheid in de economie: wat je moet weten

Stel je voor: je hebt net je diploma op zak en bent dolgraag aan de slag, maar er is gewoon geen baan te vinden. Of misschien wissel je van job omdat je iets beters wilt, en zit je even zonder inkomen. Werkloosheid is een fenomeen dat iedereen in de economie raakt, of je nu een scholier bent die nadenkt over je toekomst of gewoon wilt snappen hoe de arbeidsmarkt werkt. In dit hoofdstuk duiken we diep in de soorten werkloosheid, zodat je het perfect begrijpt voor je toets of eindexamen. We beginnen bij de basis: wat is werkloosheid eigenlijk precies?

Werkloosheid is de situatie waarin iemand tot de beroepsbevolking behoort, beschikbaar is voor betaalde arbeid en actief zoekt naar werk, maar geen baan heeft. Het gaat dus niet om mensen die niet willen werken, zoals gepensioneerden of fulltime studenten zonder bijbaanplannen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet dit streng: je telt alleen mee als je recent hebt gesolliciteerd en meteen kunt beginnen. Dit percentage werklozen ten opzichte van de totale beroepsbevolking geeft het werkloosheidspercentage, een belangrijke indicator voor de gezondheid van de economie. Hoge werkloosheid betekent vaak dat het niet lekker gaat met de economie, met minder consumptie en productie tot gevolg.

De verschillende soorten werkloosheid

Werkloosheid is nooit hetzelfde; het hangt af van de oorzaak. Economisten maken onderscheid tussen verschillende typen, zoals conjuncturele en frictiewerkloosheid. Deze twee zijn cruciaal voor je examen, omdat ze laten zien hoe de economie schommelt en hoe de arbeidsmarkt functioneert. Laten we ze stap voor stap uitleggen, met voorbeelden die je herkent uit het nieuws of je eigen leven.

Conjuncturele werkloosheid: door de ups en downs van de economie

Conjuncturele werkloosheid ontstaat door schommelingen in de economische conjunctuur, oftewel de conjuncturele cyclus. De economie groeit niet altijd gestaag; er zijn periodes van bloei (expansie) en krimp (recessie). Tijdens een expansie is er veel vraag naar arbeid, banen zijn ruim voorhanden en de werkloosheid daalt. Maar zodra de conjunctuur omslaat, denk aan een recessie door een crisis zoals de coronapandemie of de kredietcrisis van 2008, dalen de bestedingen van consumenten en bedrijven. Bedrijven produceren minder, ontslaan personeel en de werkloosheid schiet omhoog. Dit type werkloosheid is cyclisch en hangt samen met de bredere economie.

Neem bijvoorbeeld de bouwsector: in goede tijden met lage rentes en veel huizenbouw vliegen de banen je om de oren. Maar bij een dip, zoals in 2023 met hoge inflatie en rentestijgingen, stoppen projecten en staan vaklieden op straat. Inflatie speelt hier een rol, want dat is de algemene en aanhoudende stijging van de prijzen van goederen en diensten. Hoge inflatie kan de conjunctuur verstoren: de Europese Centrale Bank verhoogt dan de rente om prijzen te temmen, wat lenen duurder maakt, investeringen remt en dus conjuncturele werkloosheid veroorzaakt. Op je examen moet je kunnen uitleggen dat conjuncturele werkloosheid nul kan zijn in een ideale situatie, maar in de praktijk altijd wat frictie blijft. Het is het type dat het meeste pijn doet, omdat het hele sectoren treft en lang kan aanhouden.

Frictiewerkloosheid: het normale wisselen van banen

Frictiewerkloosheid is een heel ander verhaal en eigenlijk iets positiefs. Het gaat om kortdurende werkloosheid die ontstaat doordat mensen zoeken naar een nieuwe baan of wisselen van werk. De arbeidsmarkt is niet perfect; het duurt even voordat werknemer en werkgever elkaar vinden. Denk aan een scholier die net afstudeert en solliciteert bij verschillende bedrijven, of iemand die zijn saaie kantoorbaan vaarwel zegt voor een droomjob in de horeca. Deze zoekperiode leidt tot tijdelijke werkloosheid, maar het is gezond omdat het zorgt voor betere matches op de arbeidsmarkt.

Stel, je vriendin stopt bij de supermarkt omdat ze iets met mode wil doen. Ze solliciteert een paar weken bij kledingwinkels en ondertussen is ze 'frictiewerkloos'. Dit type is altijd aanwezig, zelfs in een bloeiende economie, en bedraagt vaak rond de 2 tot 3 procent. Het is kortdurend, meestal een paar weken, en helpt de economie efficiënter te draaien door mobiliteit. Op school hoor je weleens over 'natuurlijke werkloosheid': dat is precies de som van frictie en structurele werkloosheid (die we hier niet diep ingaan, maar even ter info: dat komt door mismatch tussen vaardigheden en banen). Voor je toets is het key om te weten dat frictiewerkloosheid niet oplosbaar is met beleid, maar juist een teken van een levendige arbeidsmarkt.

Waarom deze soorten werkloosheid begrijpen zo belangrijk is

Begrijp je het verschil tussen conjuncturele en frictiewerkloosheid, dan snap je ook hoe de overheid ingrijpt. Bij conjuncturele werkloosheid helpt fiscaal of monetair beleid, zoals lagere belastingen of goedkopere leningen om de economie te stimuleren. Frictiewerkloosheid bestrijd je met betere vacaturebanken of loopbaanbegeleiding. Inflatie linkt hiernaartoe omdat het de conjunctuur beïnvloedt: te veel inflatie leidt tot renteverhogingen en dus meer conjuncturele werkloosheid. In Nederland mikken we op een natuurlijk werkloosheidsniveau van rond de 4-5 procent, vooral frictie.

Denk na over voorbeelden uit het echte leven: tijdens de lockdown van 2020 explodeerde conjuncturele werkloosheid in de detailhandel, terwijl frictie altijd doorsuddert met jongeren die hun bijbaan zoeken. Voor je examen: onthoud de definities, oorzaken en voorbeelden, en kun je ze linken aan grafieken van de conjunctuurcyclus. Oefen met vragen als 'Welk type werkloosheid steeg in de recessie van 2009 en waarom?'

Kortom, werkloosheid is complex maar logisch als je de soorten uit elkaar haalt. Met deze kennis rock je je toets, succes met leren en veel plezier bij het snappen van de economie!