3. Cellen 3 - Welke typen cellen zijn er?

Biologie icoon
Biologie
VMBO-BBA. Planten en dieren

Welke typen cellen zijn er?

Stel je voor dat je een stad zou zijn: dan zijn cellen de huizen en fabrieken waar alles gebeurt. In de biologie zijn cellen de kleinste bouwstenen van alle levende organismen. Of het nu gaat om een mens, een plant of zelfs een bacterie, alles begint bij de cel. Maar niet alle cellen zijn hetzelfde. Er zijn verschillende typen cellen, en dat begrijpen is superbelangrijk voor je toets of examen. In dit hoofdstuk duiken we erin: we kijken naar bacteriën als eencellig micro-organisme en de cel in het algemeen. Zo leer je het verschil zien tussen simpele en complexe cellen, en waarom dat ertoe doet.

Wat is een cel precies?

Een cel is de basis van het leven. Het is de kleinste eenheid die nog als levend organisme kan worden gezien, omdat een cel alles kan wat een levend wezen doet: groeien, zich voortplanten, energie opnemen en reageren op de omgeving. Onder een microscoop zie je dat cellen vaak rond of ovaal zijn, met een celmembraan eromheen dat als een beschermend vlies werkt. Binnenin vind je het cytoplasma, een soort gelei waarin allerlei structuren zweven. Levende organismen zijn óf opgebouwd uit één cel, óf uit miljoenen cellen die samenwerken. Denk aan jezelf: jij bestaat uit biljoenen cellen die allemaal een specifiek taakje doen, zoals spiercellen die je laten bewegen of zenuwcellen die signalen doorgeven.

Bacteriën: de simpelste cellen

Laten we beginnen bij de bacteriën, want die zijn het eenvoudigst. Een bacterie is een eencellig micro-organisme, wat betekent dat het uit precies één cel bestaat en zo klein is dat je het alleen met een microscoop ziet. Bacteriën behoren tot de prokaryote cellen, oftewel cellen zonder echte kern. In plaats van een kernmembraan heeft de DNA, het erfelijk materiaal, gewoon los in het cytoplasma liggen. Dat maakt ze supersnel en efficiënt: een bacterie kan zich in twintig minuten verdubbelen! Je komt bacteriën overal tegen, zoals de goede bacteriën in yoghurt die je darmen helpen, of de slechte die een keelontsteking veroorzaken. Ondanks hun eenvoud zijn bacteriën ontzettend succesvol; ze leven in extreme plekken zoals hete bronnen of zelfs in je maagzuur.

Prokaryote cellen zoals bacteriën hebben geen ingewikkelde organellen, die kleine 'fabriekjes' in complexere cellen. Ze hebben wel ribosomen om eiwitten te maken, en soms een flagel om te zwemmen. Voor je examen moet je onthouden: bacteriën zijn prokaryoot, eencellig en micro-organismen. Ze zijn ouder dan alle andere levensvormen en vormen een apart rijk in de levende natuur.

Eukaryote cellen: de complexere bouwstenen

De meeste organismen die je kent, zoals planten, dieren, schimmels en sommige eencellige wezens, bestaan uit eukaryote cellen. Dit zijn cellen mét een echte kern, omgeven door een kernmembraan waar de DNA veilig in zit. Dat maakt ze veel geordender dan bacteriën. Eukaryote cellen zijn groter en hebben allerlei organellen, zoals mitochondriën voor energieproductie, het Golgi-apparaat voor verpakken van stoffen, en lysosomen om afval op te ruimen. Neem een huidcel van jezelf: die eukaryote cel deelt zich om wondjes te helen, met de kern die precies vertelt hoe dat moet.

Er zijn verschillende soorten eukaryote cellen, afhankelijk van het organisme. Plantaire cellen hebben een stevige celwand van cellulose voor steun, een groot vacuüm voor wateropslag, en chloroplasten om zonlicht om te zetten in suiker, daarom zijn planten groen. Dierlijke cellen hebben die niet; ze zijn flexibeler en hebben vaak centriolen voor celdeling. Schimmelcellen lijken op planten met hun celwand van chitine, maar maken geen eten uit licht. En dan zijn er nog protisten, zoals de groene algjes in een vijver, die eencellig zijn maar wel eukaryoot.

Verschillen tussen prokaryote en eukaryote cellen

Het grote verschil tussen deze typen cellen zit hem in de complexiteit. Prokaryote cellen, zoals bacteriën, zijn klein (meestal 1-5 micrometer), hebben geen kern en reproduceren door simpel delen. Eukaryote cellen zijn groter (10-100 micrometer), hebben een kern en organellen, en delen zich via een ingewikkelder proces met mitose of meiose. Waarom is dit belangrijk? Omdat het verklaart waarom bacteriën zo snel antibiotica kunnen ontwikkelen, ze zijn simpeler en muteren makkelijk. Voor planten en dieren zorgt de eukaryote opbouw voor specialisatie: spiercellen zien er anders uit dan zenuwcellen, allemaal met dezelfde basis maar aangepast aan hun job.

In de natuur werken prokaryote en eukaryote cellen samen. Bacteriën in je darmen helpen eukaryote darmcellen bij de spijsvertering. Zo vormt het leven een web van cellen.

Waarom typen cellen begrijpen voor je examen?

Nu je dit weet, kun je toetsvragen makkelijk tackelen. Denk aan een vraag als: 'Wat is het verschil tussen een bacterie en een plantencel?' Antwoord: een bacterie is prokaryoot en eencellig zonder kern, terwijl een plantencel eukaryoot is met kern, celwand en chloroplasten. Of: 'Noem twee kenmerken van een cel als bouwsteen van leven.' Groeien, zich voortplanten, energie opnemen, jij weet het nu. Oefen door te schetsen: teken een bacterie naast een dier- en plantencel, label de kern en organellen. Dat blijft hangen!

Samenvattend: cellen zijn de basis van alles, met prokaryote bacteriën als simpele eencellige micro-organismen en eukaryote cellen als complexe bouwstenen voor planten, dieren en meer. Leer de verschillen, en biologie wordt een stuk logischer. Succes met leren, je haalt die toets!