Klimaatgrafiek: zo lees je hem perfect voor je aardrijkskunde-examen
Stel je voor: je wilt weten of het in Spanje echt altijd lekker weer is of dat Nederland een natte verrassing heeft in de zomer. Een klimaatgrafiek geeft je daar direct antwoord op. Het is een superhandige grafiek die het gemiddelde weer van een plek over een heel jaar laat zien. Voor je examen aardrijkskunde BB is dit goud waard, want je moet klimaatgrafieken kunnen lezen, interpreteren en vergelijken. In dit hoofdstuk duiken we diep in de klimaatgrafiek, zodat je precies weet hoe het werkt en geen fouten meer maakt op je toets.
Wat is een klimaatgrafiek precies?
Een klimaatgrafiek is een grafiek waarin je het gemiddelde klimaat van een land, stad of werelddeel in één oogopslag ziet. Je ziet erin de temperatuur en de neerslag voor elke maand van het jaar. Het gemiddelde is gebaseerd op metingen over minstens dertig jaar, want klimaat gaat om het weer op de lange termijn. Niet over één zonnige dag of een koude winter, maar over hoe het er meestal aan toegaat. Zo kun je bijvoorbeeld zien dat Amsterdam in juli rond de 18 graden Celsius zit en zo'n 70 millimeter regen krijgt, terwijl het in Caïro droog en heet is met wel 35 graden.
De grafiek heeft altijd twaalf vakjes voor de maanden: van januari links tot december rechts. Bovenaan staan de temperaturen in graden Celsius, en onderaan de neerslag in millimeters. Temperatuur is een lijn die stijgt en daalt met de seizoenen, en neerslag zijn vaak staafjes die hoog zijn als het veel regent. Door deze grafiek snap je meteen of een plek een warm klimaat heeft, droog of juist nat en koud. Perfect om te gebruiken bij examenopgaven waar je moet zeggen: 'Dit is een mediterraan klimaat omdat de zomer heet en droog is.'
Klimaat en Celsius: de basisbegrippen op een rij
Voordat je een grafiek ingewikkeld vindt, snap je eerst wat klimaat en Celsius betekenen. Klimaat is het totale beeld van het weer in een gebied over een lange periode, zoals dertig jaar of meer. Het hangt af van dingen als temperatuur, neerslag, windsnelheid, bewolking, vochtigheid en luchtdruk. In Nederland hebben we een gematigd maritiem klimaat: milde winters, koele zomers en veel regen het hele jaar door. Vergelijk dat met de tropen, waar het altijd warm is en natte en droge seizoenen hebt.
Celsius is de schaal waarmee we temperatuur meten. Nul graden Celsius is het vriespunt van water, dus sneeuw en ijs. Honderd graden is het kookpunt, maar dat zie je zelden buiten de keuken. In klimaatgrafieken staan temperaturen meestal tussen min 20 en plus 40 graden. Positieve getallen zijn warm, negatieve koud. Handig weetje voor je examen: als de lijn onder nul duikt in de winter, heb je een continentaal klimaat met echte vorst, zoals in Moskou.
Hoe lees je een klimaatgrafiek stap voor stap?
Neem een klimaatgrafiek van Rotterdam en kijk ernaar. Op de horizontale as staan de maanden: jan, feb, mrt, enzovoort. De blauwe lijn geeft de gemiddelde temperatuur in graden Celsius. In januari is die rond de 3 graden, stijgt naar 17 graden in juli en daalt weer. Dat laat zien dat we duidelijke seizoenen hebben: koude winter, warme zomer.
Daaronder staan blauwe staafjes voor neerslag in millimeters. Hoogte van de staaf is hoeveel regen of sneeuw er valt. In Nederland zijn die staafjes het hele jaar vrij hoog, zo'n 60 tot 80 mm per maand, dus geen echte droge periode. Om te oefenen: zoek de warmste maand (hoogste punt op de lijn) en de natste maand (hoogste staafje). Noteer ook het jaargemiddelde: tel temperaturen op en deel door twaalf, en hetzelfde voor neerslag. Dat moet je kunnen voor je toets.
Vergelijk nu twee grafieken, bijvoorbeeld Nederland en de Sahara-woestijn. In de Sahara blijft de temperatuur boven de 20 graden, zelfs in januari, en neerslag is bijna nul, kaarsrechte lage staafjes. Zo zie je direct: droog woestijnklimaat. Of kijk naar de evenaar: temperaturen rond de 25 graden het hele jaar, veel regen in de zomer. Door te oefenen met vergelijken, snap je klimaattypes als het ware uit je hoofd.
Verschillende klimaattypes herkennen aan de grafiek
Met een klimaatgrafiek herken je meteen het type klimaat, en dat is examenmateriaal. Een gematigd maritiem klimaat zoals in Nederland heeft een golvende temperatuurlijn (verschil winter-zomer max 15 graden), en neerslag gelijkmatig verdeeld. Geen extremen. In een mediterraan klimaat, zoals Athene, is de zomer heet (boven 25 graden) en droog (lage staafjes), winter mild en nat.
Continentaal klimaat, denk aan Polen, heeft koude winters onder nul, hete zomers boven 25 graden, en neerslag vooral in de zomer. Tropisch regenwoudklimaat toont een vlakke lijn rond 27 graden en hoge neerslag overal, met pieken. Droog klimaat heeft lage neerslagstaafjes, zoals in Australië. Oefen door grafieken te tekenen of te beschrijven: 'De temperatuur varieert 20 graden, neerslag 500 mm per jaar, dus gematigd klimaat.'
Tips om klimaatgrafieken te rocken op je examen
Voor je toets is het slim om grafieken zelf te schetsen uit je hoofd. Onthoud: temperatuurlijn altijd golfvormig in onze streken, neerslag gelijkmatig. Bereken gemiddelden snel: als zes maanden 10 graden en zes maanden 20 graden, is het gemiddelde 15 graden. Vraag jezelf af: is er een droge periode? Hoe groot is het verschil tussen warmste en koudste maand? Dat bepaalt het klimaat.
Maak het interessant door te denken aan vakanties: waarom regent het in Thailand alleen in juli? Door de grafiek! Of waarom ski je in de Alpen en niet in Zeeland? Koude winters tonen het. Zo blijft het plakken. Oefen met oude examenopgaven: beschrijf het klimaat, vergelijk twee plaatsen, of vul een lege grafiek in. Je bent er klaar voor, succes met je aardrijkskunde BB!