1. Evenredigheidsverbanden

Wiskunde B icoon
Wiskunde B
HAVOB. Functies, grafieken en vergelijken

Evenredigheidsverbanden in wiskunde B

Stel je voor dat je een pizza bestelt en ziet dat de prijs precies in verhouding staat met het aantal pizza's dat je koopt. Koop je er twee, dan betaal je precies twee keer zoveel. Dat is een klassiek voorbeeld van een evenredigheidsverband, en precies dit soort verbanden komen vaak terug in je HAVO-examen wiskunde B. In dit hoofdstuk over functies, grafieken en vergelijken duiken we diep in recht evenredige en omgekeerd evenredige verbanden. Je leert niet alleen wat ze zijn, maar ook hoe je ze herkent in formules, grafieken en echte examenopgaven. Zo voel je je helemaal voorbereid voor je toets of eindexamen.

Evenredigheidsverbanden beschrijven hoe twee grootheden met elkaar samenhangen. Een grootheid is gewoon iets meetbaars, zoals lengte, gewicht, tijd of prijs. Het mooie is dat deze verbanden superpraktisch zijn: ze duiken op in het dagelijks leven, van shoppen tot sporten, en op je examen moet je ze kunnen modelleren met formules en grafieken. Laten we beginnen met het eenvoudigste: recht evenredigheid.

Recht evenredigheid: als de ene grootheid groeit, groeit de ander mee

Bij recht evenredigheid hangt één grootheid rechtstreeks samen met de ander. Als de ene grootheid verdubbelt, doet de ander dat precies mee. De verhouding tussen die twee blijft altijd constant, en die constante noem je de evenredigheidsconstante, vaak met een k aangeduid. De formule ziet er zo uit: ( y = kx ). Hierin is k die vaste verhouding, x de ene grootheid en y de andere.

Neem nou dat pizza-voorbeeld. Stel dat één pizza €10 kost, dan is k hier 10. Voor twee pizza's geldt: aantal pizza's (x=2) maal 10 geeft prijs (y=20). Simpel, toch? Maar het wordt nog leuker als je dit in een grafiek zet. De grafiek van een recht evenredig verband is altijd een rechte lijn die precies door de oorsprong (0,0) loopt. Waarom door de oorsprong? Omdat als x nul is, y ook nul moet zijn, nul pizza's betekent nul euro's.

In het echt zie je dit overal. Denk aan je mobiel opladen: de hoeveelheid energie die je erin stopt staat recht evenredig met de laadtijd bij een vaste stroomsterkte. Of bij fietsen: afstand = snelheid maal tijd, waarbij snelheid vast is, dus afstand en tijd zijn recht evenredig. Op je examen krijg je vaak een tabel met waarden, en dan moet je checken of de verhouding constant is. Telkens x delen door y, en als dat steeds hetzelfde getal oplevert, bingo: recht evenredig. En vergeet niet de grafiek te tekenen, een lijn door (0,0) met de juiste helling k.

Omgekeerde evenredigheid: als de ene groeit, krimpt de ander

Nu wordt het interessant: bij omgekeerde evenredigheid werkt het andersom. Als de ene grootheid toeneemt, neemt de andere af, maar hun product blijft constant. De formule is ( y = \frac{k}{x} ), of ( x \cdot y = k ). Die k is weer de evenredigheidsconstante, maar nu voor het product.

Een tof voorbeeld is een roadtrip. Je moet 200 kilometer rijden. Als je snelheid (x) 50 km/u is, duurt het 4 uur (y=200/50=4). Verdubbel je je snelheid naar 100 km/u, dan halveer je de tijd naar 2 uur. Product: altijd 200. Perfect omgekeerd evenredig! De grafiek hier is een hyperbool, een curve die naar de assen loopt maar ze nooit raakt, asymptoten noem je dat. Bij x=0 zou y oneindig groot zijn, wat logisch is: nul snelheid betekent eeuwig rijden.

Nog een praktijkvoorbeeld: vul een zwembad. Met twee pompen duurt het langer? Nee, met meer pompen (x) wordt de tijd (y) korter, want product pompkracht maal tijd is vast (de badinhoud). Op examen herken je dit als in een tabel x·y steeds hetzelfde is. Of je krijgt een grafiek en moet zien of het een hyperbool is, niet een rechte lijn.

Evenredigheidsconstante berekenen en toepassen

De evenredigheidsconstante k is je beste vriend bij deze verbanden. Bij recht evenredig deel je simpelweg y door x voor een paar waarden, en dat gemiddelde is k. Voor omgekeerd vermenigvuldig je x met y. Eenmaal k bekend, vul je 'm in de formule in om missende waarden te vinden of een grafiek te tekenen.

Stel je hebt een tabel voor recht evenredig:

| x | 2 | 4 | 6 |
|---|---|---|
| y | 5 | 10| 15|

Verhouding y/x: 2.5, 2.5, 2.5, k=2.5. Voor x=8 is y=20. Zo makkelijk!

Voor omgekeerd, zeg:

| x | 2 | 4 | 8 |
|---|---|---|
| y | 10| 5 | 2.5|

Product: 20, 20, 20, k=20. Voor x=10 is y=2.

Dit soort berekeningen zijn examenklassiekers. Oefen met het omzetten van woorden naar formules: "hoeveelheid staat omgekeerd evenredig met de..." betekent direct y=k/x.

Examenvragen oplossen: van tabel tot grafiek

Laten we een echte examenvraag uitproberen, zoals je die op je HAVO-examen kunt verwachten. Stel: een autofabriek produceert auto's. Het aantal auto's per dag (y) staat recht evenredig met het aantal werkuren (x). Uit een tabel zie je: bij 4 uur 20 auto's, bij 8 uur 40 auto's. Bepaal k en voorspel bij 10 uur.

Eerst k: 20/4=5, 40/8=5. Dus y=5x. Bij 10 uur: 50 auto's. Nu een grafiek: rechte lijn door (0,0), (4,20), helling 5.

Nu omgekeerd: je fietst een vaste afstand. Tijd y omgekeerd evenredig met snelheid x, k=afstand. Tabel: 20 km/u → 3 uur (k=60), 30 km/u → 2 uur (k=60). Grafiek: dalende curve.

Een gecombineerde vraag: onderscheid de twee. Kijk naar tabel, formule of grafiek. Rechte lijn door nul? Recht. Hyperbool? Omgekeerd.

Tips voor je examen wiskunde B

Oefen veel met tabellen en grafieken, teken ze zelf na. Herken de formules direct: y=kx of xy=k. Bereken k altijd eerst, dat scheelt tijd. En onthoud: bij recht evenredig schaalt alles gelijk op, bij omgekeerd compenseert het elkaar. Met deze kennis tackle je elke vraag over evenredigheidsverbanden. Succes met leren, je komt er wel!