1Fase: Een bepaald moment in de trilling. Het symbool is Phi ϕ
2Massaveer-systeem: Bestaat uit een veer waaraan een massa is opgehangen. De massa en de veerconstante bepalen de trillingstijd
3Resonantie: Het verschijnsel dat plaatsvindt wanneer een trillend voorwerp een ander voorwerp in trilling brengt, doordat de trillingen via een tussenstof worden doorgegeven
4Trillingstijd: De tijd die nodig is voor een volledige trilling
5Uitwijking (u): Een bepaalde afstand vanaf het evenwichtspunt. Symbool is ‘u’, gemeten in meters
6Veerconstante: Drukt uit hoe stijf/stug een veer is en geeft aan hoe groot de kracht moet zijn voor een bepaalde uitrekking
7Harmonische trillingen: Is een trilling die een object uitvoert als de netto kracht die erop werkt altijd naar de evenwichtsstand gericht is en evenredig is met de uitwijking van het object
8Trillingen: Een periodieke beweging om een evenwichtsstand
9Amplitude: De maximale uitwijking van een trillend object tijdens de trilling
10Evenwichtsstand: Is de positie die het bewegende object zou innemen als het niet bewoog