2. Opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland

Geschiedenis icoon
Geschiedenis
HAVOC. Duitsland in Europa (1918-1991)

Opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland

Stel je voor: Duitsland na de Eerste Wereldoorlog ligt in puin. De mensen zijn boos, arm en wanhopig. In die chaos komt een man op, Adolf Hitler, met radicale ideeën die veel Duitsers aanspreken. In dit hoofdstuk duiken we in de opkomst van het nationaalsocialisme, de ideologie achter zijn partij, de NSDAP. We kijken naar wat nationaalsocialisme precies inhield, hoe Hitler zoveel mensen achter zich kreeg en hoe de NSDAP politiek de macht greep. Dit is cruciaal voor je HAVO-geschiedenistoets of eindexamen, want het legt de basis voor de totalitaire dictatuur die volgde. Laten we stap voor stap doornemen hoe dit allemaal gebeurde.

Wat is het nationaalsocialisme en wat waren de plannen van de NSDAP?

Het nationaalsocialisme, vaak afgekort tot nazisme, was de politieke ideologie van de NSDAP, de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Deze partij ontstond op 24 februari 1920 uit de kleinere Duitse Arbeiderspartij, de DAP. Hitler nam de leiding en maakte er zijn eigen vehikel van om de macht te grijpen. De kern van het nationaalsocialisme was een giftige mix van extreem nationalisme en racisme. Nationalisme betekende hier dat Duitsers boven alles moesten staan en dat Duitsland weer een wereldmacht moest worden, groter en sterker dan ooit. Maar het racisme zat nog dieper: de beruchte rassenleer stelde dat de wereld verdeeld was in verschillende rassen, met het zogenaamde Arische ras als superieur. Volgens Hitler waren Arische Duitsers, blond, blauwogig, sterk, de enige die eenheid en kracht konden brengen aan het Duitse volk. Andere rassen, vooral Joden, werden gezien als een bedreiging.

Antisemitisme, of Jodenhaat, was een centraal onderdeel hiervan. Joden werden afgeschilderd als de schuldigen van alle Duitse problemen: ze zouden de economie hebben ondermijnd, de oorlog hebben verloren en het land hebben verraden. De NSDAP beloofde een 'zuiver' Duitsland zonder deze 'inferieure' groepen. Hun plannen stonden in het 25-puntenprogramma uit 1920, maar kort samengevat wilden ze herstelbetalingen van de Vrede van Versailles afschaffen, die enorme sommen geld die Duitsland moest betalen aan de geallieerden voor de oorlogsschade. Ze droomden van Lebensraum, leefruimte in het oosten, en een totalitaire staat waarin één partij, de NSDAP, alles dicteerde. Nazis, zoals aanhangers werden genoemd, geloofden in een leider, de Führer, die boven de wet stond. Dit alles leidde tot een dictatuur waar geen tegenspraak mogelijk was.

Hoe kreeg Hitler een groot deel van de Duitse bevolking achter zich?

Na de Eerste Wereldoorlog was Duitsland de Weimarrepubliek, genoemd naar de stad waar de nieuwe grondwet in 1919 werd gemaakt. Dit was de eerste democratische regering, met sociaaldemocraten aan de macht, en het einde van het keizerrijk. Maar het ging mis. De herstelbetalingen leidden tot hyperinflatie: in 1923 was een brood miljoenen marken waard. Mensen verloren al hun spaargeld overnight. Toen kwam de Grote Depressie in 1929, met massawerkloosheid, miljoenen zonder baan. De Weimarrepubliek leek zwak en chaotisch, met eindeloze regeringscrises. Hier maakte Hitler slim gebruik van.

Hij hield vuurspuwende toespraken in bierkelders, belovend werk, brood en eerherstel. De NSDAP gebruikte propaganda meesterlijk: affiches, radio en kranten schilderden Hitler af als de redder. Ze organiseerden de SA, stormtroepen die orde beloofden in straatgevechten met communisten. Indoctrinatie speelde een grote rol: via jeugdorganisaties zoals de Hitlerjugend leerden kinderen vanaf jonge leeftijd nazi-ideeën kritiekloos aan te nemen. 'Ein Volk, ein Reich, ein Führer', één volk, één rijk, één leider, dat slogan raakte velen in hun ziel. Boeren, middenklasse en werklozen zagen in Hitler de man die Duitsland weer groot zou maken. Zelfs intellectuelen en legerofficieren sloten zich aan, moe van de democratie. Door deze mix van beloften, haat en manipulatie groeide de NSDAP van een marginale club naar een massa-beweging.

De politieke opmars van de NSDAP naar de totale macht

De Weimarrepubliek had een parlement, de Rijksdag, waar partijen via verkiezingen zetels wonnen. De NSDAP deed mee vanaf 1928, maar pas na de crisis schoot hun steun omhoog. Bij de verkiezingen van 1930 haalden ze 18 procent, in 1932 zelfs 37 procent, ze werden de grootste partij. Toch had Hitler geen meerderheid. President Hindenburg, een oude legerheld, aarzelde, maar op 30 januari 1933 benoemde hij Hitler tot rijkskanselier. Die functie was als een premier, met veel macht over het beleid.

De doorbraak kwam met de Rijksdagbrand op 27 februari 1933. Het parlement ging in vlammen op, de nazi's gaven communisten de schuld. Hitler greep dit aan voor de Machtigingswet, aangenomen op 23 maart 1933. Deze wet gaf de regering vier jaar lang de bevoegdheid om zonder Rijksdag wetten uit te vaardigen. Oppositiepartijen werden verboden, vakbonden opgeheven en media gecensureerd. Binnen een jaar was de Weimarrepubliek voorbij. Na Hindenburgs dood in 1934 werd Hitler ook president, en hij fuseerde de posten tot Führer. Duitsland werd een totalitaire staat: één partij, de NSDAP, met één ideologie. Elke vorm van verzet was onmogelijk door de Gestapo, de geheime politie, en indoctrinatie overal.

Zo greep het nationaalsocialisme de macht. Het begon met woede over de Weimarrepubliek en herstelbetalingen, groeide door slimme propaganda en culmineerde in een dictatuur. Voor je examen: onthoud de data (1920 NSDAP, 1933 kanselier en Machtigingswet), begrippen als rassenleer en totalitarisme, en de stappen in de opmars. Oefen met vragen als: 'Waarom steunden Duitsers Hitler?' of 'Wat deed de Machtigingswet?'. Dit snap je nu vast moeiteloos!