19. Dekolonisatie en Kapitalisme & Communisme (Kenmerk 45 & 46)

Geschiedenis icoon
Geschiedenis
HAVOA. De Tien Tijdvakken

Tijdvak 10: Dekolonisatie en de strijd tussen kapitalisme en communisme

Stel je voor: na de Tweede Wereldoorlog leek de wereld op zijn kop te staan. De Europese koloniale rijken, die eeuwenlang de wereld hadden gedomineerd, brokkelden af. Dit tijdvak 10, van 1945 tot nu, draait om dekolonisatie, het einde van de westerse hegemonie en de felle confrontatie tussen twee ideologieën: kapitalisme en communisme. Hegemonie betekent hier de overheersende macht die westerse landen zoals Groot-Brittannië en Frankrijk hadden over grote delen van Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Maar door de oorlog verzwakten ze, en koloniën eisten onafhankelijkheid op, de vrijheid om hun eigen keuzes te maken zonder inmenging van buitenaf. Dit leidde tot een nieuwe wereldorde waarin de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie de grote spelers werden. Voor je examen geschiedenis is het cruciaal om te snappen hoe deze veranderingen samenhangen, want vragen hierover testen vaak of je de grote lijnen ziet en begrippen kunt toepassen op voorbeelden.

Dekolonisatie: het einde van de koloniale tijd

Dekolonisatie was het proces waarbij voormalige koloniën zelfstandig werden en hun onafhankelijkheid verkregen. Neem India als voorbeeld: in 1947 werd het land onafhankelijk van Groot-Brittannië na een lange strijd onder leiding van figuren als Gandhi, met massale protesten en boycots. In Azië volgde Indonesië in 1949, na een bloedige onafhankelijkheidsoorlog tegen Nederland. Afrika zag een golf van onafhankelijkheid in de jaren zestig, zoals Ghana in 1957 of Algerije na een achtjarige oorlog tegen Frankrijk in 1962. Deze landen wilden niet langer grondstoffen leveren aan Europa zonder er zelf van te profiteren. De westerse hegemonie verdween omdat Europa uitgeput was na twee wereldoorlogen en de VS en de USSR koloniserende landen dwongen hun grip te lossen. Voor het examen moet je onthouden dat dekolonisatie niet altijd vreedzaam ging en vaak leidde tot nieuwe conflicten, zoals burgeroorlogen of dictaturen, maar het markeerde wel het begin van een multipolaire wereld met opkomende mogendheden als India en China.

De Koude Oorlog: kapitalisme tegen communisme

Na 1945 brak de Koude Oorlog aan, een periode van spanningen tussen 1945 en 1991 zonder directe gevechten tussen de grootmachten, maar met proxy-oorlogen elders. Kapitalisme, het economische stelsel waarin particulieren de productiemiddelen bezitten en winstmaximalisatie centraal staat, werd geleid door de VS. Communisme, dat streeft naar gemeenschappelijk bezit van fabrieken en goederen zonder privé-eigendom, werd belichaamd door de Sovjet-Unie onder Stalin. De VS voerden een containmentpolitiek, ook wel indammingspolitiek genoemd, om de verspreiding van het communisme te stoppen. Denk aan de Marshallhulp, waarmee Europa heropgebouwd werd om armoede, en daarmee communistische aantrekkingskracht, te voorkomen.

Deze ideologische strijd leidde tot militaire blokken. In 1949 richtten de VS, Canada en West-Europese landen de NAVO op, de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie, met het principe dat een aanval op één lid een aanval op allen is. De Sovjet-Unie reageerde in 1955 met het Warschaupact, een bondgenootschap van Oost-Europese landen als tegenwicht. Een dramatisch voorbeeld is de blokkade van West-Berlijn in 1948-1949: de USSR blokkeerde alle landroutes naar het westerse deel van de stad om het communistisch te maken, maar de VS organiseerden een spectaculaire luchtbrug met vliegtuigen die dagelijks tonnen voedsel en brandstof dropten. Duitsland splitste zich op in de BRD (West-Duitsland, Bondsrepubliek Duitsland, kapitalistisch en welvarend) en de DDR (Oost-Duitsland, Deutsche Demokratische Republik, communistisch en onderdrukt). De wapenwedloop escaleerde dit alles: beide supermachten bouwden enorme arsenalen kernwapens op, wat de wereld op het randje van vernietiging bracht, zoals tijdens de Cubacrisis in 1962.

De westerse consumptiemaatschappij en sociale veranderingen

In het Westen bloeide het kapitalisme op tot een consumptiemaatschappij, waarin mensen status ontleenden aan het kopen van auto's, wasmachines en vakanties. Bedrijven adverteerden massaal om de vraag aan te wakkeren, en lonen stegen door economische groei. De verzorgingsstaat ontstond: overheden namen verantwoordelijkheid voor welzijn, met uitkeringen, gratis onderwijs en gezondheidszorg, zoals in Nederland met de bijstand en AOW. Maar niet alles was rooskleurig. De oliecrisis van 1973, toen Arabische landen de olie-export staakten als vergelding voor steun aan Israël, veroorzaakte tekorten en prijsstijgingen, wat leidde tot recessie, een periode van krimpende economie met ontslagen en inflatie.

Samenlevingen veranderden ook. Ontzuiling betekende het verdwijnen van zuilen: katholiek, protestant, socialistisch en liberaal leefden apart met eigen scholen en kranten, maar vanaf de jaren zestig vermengden ze zich door secularisatie en welvaart. Feminisme groeide als stroming voor gelijke rechten: vrouwen eisten betaald werk, abortus en gelijk loon, met mijlpalen als de pil en wetten tegen discriminatie. Nederland werd een pluriforme samenleving, waarin verschillende culturen en geloven naast elkaar bestaan, met immigratie uit voormalige koloniën als Suriname en Marokko.

Europese eenheid als antwoord op verdeeldheid

De Koude Oorlog dwong West-Europa tot samenwerking. Het Verdrag van Maastricht in 1992 was een hoogtepunt: het richtte de Europese Unie op met een gemeenschappelijke munt, de euro, en meer politieke integratie. Dit was een reactie op recessies en de dreiging van communisme, maar ook een manier om vrede te bewaren na eeuwen van oorlogen. Voor je toets snap je nu hoe dekolonisatie de wereld veranderde, hoe kapitalisme en communisme Europa verdeelden, en hoe het Westen zich aanpaste met welvaart en veranderingen. Oefen met vragen als: 'Leg uit hoe de blokkade van Berlijn de containmentpolitiek illustreert' of 'Waarom leidde de oliecrisis tot recessie in de consumptiemaatschappij?'. Zo scoor je punten door verbanden te leggen!