4. Sequentieel spel - ultimatumspel

Economie icoon
Economie
HAVOC. Samenwerken en onderhandelen

Sequentieel spel in de economie: het ultimatumspel uitgelegd

Stel je voor dat je met een vriend een taart moet verdelen, maar niet tegelijkertijd kiest hoeveel je neemt. In plaats daarvan beslist de een eerst hoeveel hij wil, en de ander reageert daarna. Dat is precies wat er gebeurt in een sequentieel spel, een belangrijk concept in de speltheorie die je tegenkomt bij economie op HAVO-niveau. In tegenstelling tot simultane spellen, waarbij spelers gelijktijdig kiezen zonder elkaars zet te kennen, maken spelers hier na elkaar een keuze. Ze zien dus wat de vorige speler heeft gedaan voordat ze zelf beslissen. Dit maakt het spel realistischer, want in het echte leven onderhandelen we vaak om de beurt. Een klassiek voorbeeld is het ultimatumspel, dat perfect illustreert hoe dit werkt en waarom het zo boeiend is voor economen.

Wat is het ultimatumspel precies?

In het ultimatumspel zijn er twee spelers: speler 1 en speler 2. Speler 1 krijgt een vast geldbedrag, laten we zeggen 10 euro, en moet dat verdelen tussen zichzelf en speler 2. Hij doet een voorstel, bijvoorbeeld 'ik neem 8 euro en jij krijgt 2 euro'. Speler 2 ziet dit voorstel en kan het accepteren of afwijzen. Accepteert hij, dan krijgen ze allebei wat speler 1 heeft voorgesteld. Wijst hij af, dan krijgen ze niks. Het lijkt simpel: speler 2 zou toch altijd accepteren, hoe klein het bedrag ook is, want iets is beter dan niets? Maar in de praktijk wijzen mensen vaak kleine bedragen af uit principes zoals eerlijkheid. Voor de speltheorie kijken we naar rationeel gedrag, waarbij spelers alleen hun eigen belang nastreven en perfect rationeel zijn. Hier komt de kracht van sequentiële spellen om de hoek kijken, want de volgorde van keuzes bepaalt alles.

Backward induction: redeneer van achteren naar voren

Om een sequentieel spel zoals het ultimatumspel op te lossen, gebruik je backward induction. Dat is een slimme manier van redeneren waarbij je begint bij het einde van het spel en stap voor stap terugwerkt naar het begin. Kijk naar de laatste keuze die speler 2 kan maken. Als speler 1 een voorstel doet van bijvoorbeeld 9 euro voor zichzelf en 1 euro voor speler 2, wat doet speler 2 dan rationeel? Hij accepteert, want 1 euro is beter dan 0 euro. Hetzelfde geldt voor elk voorstel waarbij hij iets krijgt: hij accepteert altijd, hoe klein ook. Wetende dat speler 2 zo rationeel is, wat doet speler 1 dan? Hij biedt het allerminste mogelijke bedrag aan speler 2, bijvoorbeeld 0,01 euro als dat mag, en houdt de rest zelf. Zo maximaliseert hij zijn eigen uitkomst. Backward induction dwingt je dus om alle mogelijke subgames te analyseren, vanaf het einde, om te zien wat er in elk knooppunt gebeurt. Probeer het eens met een kleiner bedrag, zeg 100 cent: speler 1 biedt 99 cent voor zichzelf en 1 cent voor speler 2, en speler 2 accepteert.

Subgame perfect Nash-evenwicht: de perfecte oplossing

In sequentiële spellen is het gewone Nash-evenwicht niet genoeg, omdat het geen rekening houdt met de volgorde. Daarvoor heb je het subgame perfect Nash-evenwicht, oftewel SPNE. Dat is een evenwicht waarbij de strategie van elke speler optimaal is, niet alleen in het hele spel, maar ook in elke mogelijke subgame, dus elk deelspel dat vanaf een bepaald punt begint. In het ultimatumspel leidt backward induction precies tot dit SPNE: speler 1 biedt het minimum aan speler 2, en speler 2 accepteert elk positief voorstel. Er is geen manier voor speler 2 om af te wijzen zonder zichzelf te benadelen, en speler 1 weet dat. Dit evenwicht is 'subgame perfect' omdat het werkt in élke situatie, bijvoorbeeld als speler 1 toevallig een gul voorstel doet, speler 2 accepteert nog steeds. Op je examen moet je dit kunnen toepassen: teken de beslisboom, pas backward induction toe en noem het SPNE. Het toont aan dat rationele spelers voorspelbaar handelen, zelfs als het intuïtief oneerlijk voelt.

First mover advantage: het voordeel van eerst kiezen

Een groot verschil met simultane spellen is het first mover advantage, het voordeel dat de eerste speler heeft omdat hij de toon zet. In het ultimatumspel is speler 1 de first mover: hij weet dat speler 2 rationeel zal reageren op zijn voorstel, dus hij kan bijna alles claimen. Speler 2 zit vast in de tweede positie en heeft geen echte macht, behalve bluf, maar in de theorie bluft rationele speler 2 niet. Vergelijk het met schaken: wit begint en heeft een klein voordeel omdat zwart moet reageren. In economie zie je dit ook in prijsstelling: een bedrijf dat als eerste zijn prijs zet, dwingt concurrenten te volgen. In het ultimatumspel is dit advantage extreem, want speler 1 krijgt bijna alles. Maar experimenten laten zien dat mensen niet altijd rationeel zijn; ze wijzen onfaire voorstellen af, wat de theorie uitdaagt. Voor je toets onthoud: first mover advantage komt door de informatievoorsprong en de reactie die de tweede speler moet geven.

Waarom dit belangrijk is voor jouw examen

Sequentiele spellen zoals het ultimatumspel testen of je de speltheorie echt begrijpt. Oefen met beslisbomen tekenen: horizontale lijnen voor keuzes, verticale voor uitkomsten, en markeer met backward induction de optimale paden. Bereken payoffs en vind het SPNE. Het lijkt ingewikkeld, maar eenmaal doorzien is het logisch en herken je het in onderhandelingen, zoals bij loononderhandelingen of internationale handel. Volgende keer als je een deal sluit, denk aan speler 1 en 2, wie heeft het first mover advantage? Zo maak je economie niet alleen toetsbaar, maar ook superpraktisch voor het echte leven.