9. Open vraag: verschillende vraagstellingen

Duits icoon
Duits
HAVOA. Centraal examen

Open vragen bij Duits: verschillende vraagstellingen (HAVO centraal examen)

Bij het centraal examen Duits kom je open vragen tegen die je goed moet aanpakken om punten te scoren. Deze vragen lijken misschien simpel, maar er zijn valkuilen waar veel scholieren in trappen. In deze samenvatting leggen we uit hoe je ze slim beantwoordt, zodat je tijdens het examen niet voor verrassingen komt te staan. We beginnen met de belangrijkste aandachtspunten en gaan dan in op de verschillende soorten vragen.

Belangrijke aandachtspunten bij open vragen

Voordat je aan een open vraag begint, denk even aan een paar basisregels die het verschil maken tussen een goed en een slecht antwoord. Schrijf altijd zo leesbaar mogelijk. Stel je voor: de examinatoren kunnen jouw handschrift niet lezen, dan telt je antwoord gewoon niet mee. Jouw eigen leraar kent je misschien, maar de tweede corrector van een andere school heeft geen idee en geeft het snel op als het onduidelijk is.

Open vragen beantwoord je standaard in het Nederlands, tenzij de vraag iets anders aangeeft. Staat de vraag in het Nederlands? Blijf dan bij het Nederlands voor je antwoord. Als je per ongeluk Duits erin verwerkt, zoals 'De wetenschappers waren het niet eens met de Wissenschaftler', dan lijkt het alsof je niet snapt wat dat Duitse woord betekent. De corrector kan niet zien wat je precies hebt begrepen, en dus is het fout. Alleen als je moet citeren, haal je Duitse woorden uit de tekst, daarover later meer.

Lees de vraag altijd twee keer door voordat je schrijft. Heb je echt antwoord gegeven op wat er gevraagd wordt? Voldoet je antwoord aan alle eisen, zoals de taal, het aantal argumenten of een toelichting? Soms moet je bijvoorbeeld twee redenen noemen of juist een citaat toevoegen, laat dat niet liggen.

Wees concreet in je antwoord en draai niet om de hete brij heen. Schrijf alleen wat nodig is en vermijd vage verwijzingen zoals 'hij', 'ze', 'dat' of 'die'. Zeg liever 'de sporters' in plaats van 'ze', zodat meteen duidelijk is wie je bedoelt. Onnodige extra info helpt niet en kan alleen maar afleiden.

Schrijf nooit iets tussen haakjes, want dat maakt je antwoord onduidelijk. Wat telt nou mee: 'De mensen (sporters) hebben veel tijd verloren (soms)'? Bedoel je altijd of soms, mensen of sporters? Houd het simpel en concreet, zonder zulke vaagheden.

Let ook op als er een maximaal aantal woorden staat. Ga je daar overheen, dan is je hele antwoord ongeldig. Tel je woorden dus even na.

De verschillende soorten open vragen

Nu je de basisregels kent, kijken we naar de vraagsoorten die je kunt verwachten. Ze variëren, maar met deze kennis pak je ze allemaal aan.

De gewone open vraag

Dit is de standaardvorm: de vraag staat in het Nederlands en je antwoordt met een volledige Nederlandse zin. De vragen kunnen kort zijn, zoals 'In welke alinea staat informatie over het weer?', of langer, waarbij je uitlegt waarom iets gebeurt. Het antwoord past zich aan aan de vraag, soms volstaat een paar woorden, soms een hele zin.

Citeervragen

Hier mag je wél Duits gebruiken, juist omdat je een stukje uit de tekst moet citeren. De vraag is nog steeds in het Nederlands, maar je haalt directe woorden of zinnen uit de Duitse tekst. Check altijd hoeveel woorden je precies moet citeren, want dat verschilt per vraag: soms twee woorden, soms meer.

Af en toe vraag je of een citaat nodig is. Als ja, citeer je dan met het opgegeven aantal woorden. Denk je van niet? Schrijf dan gewoon 'nee' in het Nederlands. Soms moet je citeren zoals in Nederlandse teksten: geef de eerste en laatste twee woorden van een langere passage, maar doe dat alleen als het expliciet gevraagd wordt.

Ordenvragen

Bij deze vragen zet je beweringen of uitspraken in de juiste volgorde, zoals een chronologische reeks gebeurtenissen. De opdracht legt meestal uit hoe: bijvoorbeeld met letters a, b, c, d. Je kunt het aanduiden als c, a, d, b, maar streepjes zijn niet verplicht zolang de volgorde duidelijk is. Volg de instructie op en het zit wel goed.